|
1
|
De
ene oneindigheid manifesteert zichzelf in complementaire (aanvullende)
en antagonistische (tegengestelde) tendenzen, yin en yang, in zijn eindeloze
verandering.
|
|
2
|
Yin
en yang manifesteren zich voortdurend vanuit de eeuwige beweging van
het ene oneindige omniversum.
|
|
3
|
Yin
vertegenwoordigt centrifugaliteit (middelpuntvliedend). Yang vertegenwoordigt
de centripetaliteit (middelpuntzoekend). Yin en yang samen brengen energie
voort en alle verschijnselen.
|
|
4
|
Yin
trekt yang aan. Yang trekt yin aan.
|
|
5
|
Yin
stoot yin af. Yang stoot yang af.
|
|
6
|
Yin
en yang gecombineerd in wisselende verhoudingen brengen verschillende
verschijnselen voort. De aantrekking en afstoting van de verschijnselen
is evenredig aan het verschil tussen de yinne en yange krachten.
|
|
7
|
Alle
verschijnselen zijn kortstondig, veranderen voortdurend hun samenstelsel
van yinne en yange krachten; yin verandert in yang en yang verandert
in yin.
|
|
8
|
Niets
is alleen maar yin of alleen maar yang. Alles is samengesteld uit beide
tendenzen, variërend in gradatie.
|
|
9
|
Niets
is neutraal. Elk gebeuren heeft een teveel aan yin of yang.
|
|
10
|
Groot
yin trekt klein yin aan. Groot yang trekt klein yang aan.
|
|
11
|
Extreem
yin produceert yang en extreem yang produceert yin.
|
|
12
|
Alle
fysieke manifestaties zijn yang in het centrum en yin aan de oppervlakte.
|