Voor
eeuwig de uwe,
Dertig
macrobiotische principes, deel 1
Verne Varona
Achterop veel macrobiotische bladen uit de jaren 70 stond een lijst van
“macrobiotische principes en stellingen” die altijd wel intrigerend leken, maar
abstract werden beschreven. En als deze principes en stellingen eens een keer
beschreven werden dan konden ze geen simpele, jargon-vrije
uitleg geven over de betekenis en toepassing ervan. Het was kenmerkend dat ze
cryptisch werden beschreven in archaïsche Aziatische zinnen, of ook wel in
termen die beter bekend zijn bij een afgestudeerd
psycholoog. Veel van deze principes zijn filosofisch New-Age-jargon
geworden, kreten die rollen van de lippen van velen, maar die door weinigen echt begrepen worden.
Ik begon door de jaren heen vanuit studie en levenservaring op te merken hoe ze werkten in mijn persoonlijke en beroepsmatige leven. Deze wijze fluisteringen uit traditionele culturen dwingen naleving en respect af. Hun wortels strekken zich ver uit voorbij de geschriften en overwegingen van Ohsawa, Aihara en Kushi. In deze principes kan je de echo’s horen van het Oude en Nieuwe Testament, van Talmud leraren, Boeddhistische voorschriften, en essentieel Taoïsme, evenals de inspirerende werken van Lao Tse, Ishizuka, Kaibara, Hufeland, Gurdjieff, Ouspensky, Russell en zo veel meer die het geloof in hun leven integreren. De opvallende herhaling van deze principes over zo’n tijdsafstand maakt hen duidelijk universeel, omdat hun uitgangspunt altijd leidt naar dezelfde les – dat God, de natuur, het Universum en alle aspecten van de schepping simpelweg Een zijn.
Voor je liggen de eerste 10 van 30 macrobiotische principes. De winst die je krijgt uit het leren van deze principes en ze te kunnen herkennen is de gave van het leiden van een groot leven (macro = groot/ bios = leven). Dertig principes, een groot leven – geen slechte ruil.
1. Alles verandert
Dat weet je zeker al, maar het is de herhaling waard: Alles verandert. De conditie van je gezondheid, lichamelijke spanning, en emotionele conflicten zijn voortdurend aan het veranderen. Alles is tijdelijk, dus niets blijft echt hetzelfde. Of het nu gaat om structuur, tendens of functie, Alles verandert. Dit is een axioma. In de natuur groeien de dingen of zijn ze in verval. Onze vriendschappen, hartstochten, stemmingen, filosofieën, mode, ons werk, geluk, pech, – en wat je ook nog meer kan bedenken – ze zijn allemaal onderworpen aan de cyclus van verandering.
De levenscyclus zelf is een van de meest dramatische illustraties van de wet der veranderingen. Een piepklein zaadje, compact en vol leven, groeit tot een kiem, die gaat zich ontwikkelen en naar boven groeien tot het zijn limiet bereikt heeft, waarna het weer zaad gaat maken. Dan vallen de zaadjes op de grond en de kringloop herhaalt zich. Het leven is vol van zulke kringlopen. De watercyclus is nog zo’n voorbeeld: de hitte van de zon laat water verdampen en opstijgen. Als het zijn limiet van stijging bereikt heeft condenseert het en zijn gewicht brengt het weer als regen terug op aarde. Bergen veranderen in zand, pech in geluk, ideeën in scheppingen. De armen van de wet der veranderingen hebben een oneindig bereik.
Alles in ons leven is altijd aan verandering onderhevig. Dit betekent dat we coëxisteren met veranderingen. Voortdurend. Dus, kunnen we echt iets beheersen? Dingen proberen te beheersen kan alleen maar vluchtig zijn, en uiteindelijk frustrerend. De gedachte aan dit principe verhoogt de waarde die we aan elk moment geven en bezorgt ons een levenslange toegevoegde waarde. Het laat ons meer bezig zijn met het moment, meer gericht op het grotere geheel, omdat we dat werkelijk kunnen zien.
Alles verandert – in het bijzonder de hoeveelheid aandacht die we geven aan al de principes hieronder. Sommige zullen weerklank vinden in je, andere niet. Begrip voor de wet der veranderingen geeft ons geduld en vertrouwen als we die het hardste nodig hebben: in moeilijke tijden. Van alle verschijnselen is er maar een die niet verandert. Dat is de verandering zelf. Dit wordt door de traditionele volkswijsheid beschouwd als het enige absolute.
2. Niets is hetzelfde
Er kunnen geen twee dingen hetzelfde zijn. Geen twee sneeuwvlokken, herfstblaadjes, vingerafdrukken, bergen, rivieren, dieren, rechter- en linkerkanten van het menselijk gezicht, zelfs identieke tweelingen zijn niet precies gelijk. Er zullen altijd verschillen zijn, het geeft niet hoe subtiel. Zelfs als er nou twee dingen – bij wijze van spreken – precies gelijk zijn, dan zorgt het feit dat zij twee zijn voor onderscheiding, omdat zij verschillende plaatsen innemen in ruimte en/of tijd. De natuur heeft zijn eigen gevoel voor ironie. Terwijl alle fysieke objecten samengesteld zijn uit atomen en moleculen, is het aantal en de combinatie ervan uniek in ieder van hen. Er bestaat niets dat identiek is met iets of iemand anders.
Let wel: als alles echt in een voortdurend veranderingsproces zit, dan is het duidelijk dat niets echt hetzelfde kan zijn. Ik weet zeker dat de kennis van dit principe een doel heeft. Bij voorbeeld: het kan de teleurstelling helpen verzachten als een gerecht uit het plaatselijke restaurant de tweede keer lang niet zo lekker smaakt als de eerste keer.
De oorsprong van dit principe zit ook in veel heilige teksten uit verscheidene ideologieën.
Een recente vondst in mijn onderzoek was van de Madhyamika School of Buddhism: Nagarjuna (2e eeuw na Chr.), oprichter van de Madhyamika School of Buddhism, presenteerde zijn Middlath (“de Madhyamika”- leer van de Middenweg) met de volgende verklaring van wat hij beschouwde als de achtvoudige waarheid van het boeddhisme:
Niets ontstaat en niets verdwijnt
Niets is eeuwig en niets heeft een eind
Niets is hetzelfde en niets is verschillend
Niets beweegt hier en niets beweegt daar.
3. Wat een begin heeft, heeft een eind
In de relatieve wereld bestaat er niets dat begint zonder eind. Ons leven begint met de verwachting van de geboorte en eindigt met de onvermijdelijke dood. Niets is uitgesloten van dit principe. Voor mij is deze wetenschap altijd een reddende genade. Het gaf me meer geduld in moeilijke tijden. Dan kon ik door mijn vertrouwen in dit principe zulke tijden met geduld en volharding verdragen. Je in het dagelijks leven en in de natuurlijke ritmen bewustzijn van deze begin-tot-eind cyclus verzekert je van verandering en maakt het leven betekenisvoller en dynamischer.
4. Elk extreem verandert in zijn
tegengestelde
Toen ik als tiener begon met lange afstandslopen was dit mijn eerste les. Loop te hard bij een lange training en je vermindert het vermogen van je lichaam om zuurstof over te brengen. Plotseling voelt het of je spieren een ton wegen en je moet rusten – of je valt er bij neer. Het zorgvuldig afpassen van de energie is de sleutel voor de strategie van de rensport; het gaat hier eigenlijk om het herkennen en minimaliseren van extremen om groter uithoudingsvermogen te krijgen.
Op mijn 16e vastte ik
voor het eerst, met een totale onthouding van voedsel, en ik eindigde zes dagen
later met alles op te eten dat niet in mijn keuken vastgespijkerd zat. Elk extreem verandert in zijn tegengestelde.
Een sigaret brandt heet, trekt samen naarmate hij kleiner wordt. Bij zijn
uiterste punt wordt hij plotseling koud en wordt uitwaaierende as. Elk extreem verandert in zijn tegengestelde.
Begin jaren zestig waren we gek op overhemden met puntkragen, smalle dasjes, strakke broeken, puntschoenen en kort ingevet haar. Tegen 1965 namen we de mode van Carnaby Street over en droegen we wijde pijpen, laarzen met vierkante neuzen, brede stippeldassen en we lieten ons haar groeien. Dat is nog een voorbeeld van hoe het ene extreem verandert in het andere.
Hier is er nog een: toen ik officieel begon met macrobiotiek in 1969 was ik ingeschreven voor het winterkwartaal als student aan het clowns college bij Ringling Brothers, Barnum en Bailey. Toen besloot ik Ohsawa’s aanbevolen rijstvasten te proberen, in tegenstelling tot niets eten, en ik at ijverig bruine rijst, tamari, gomasio, en twijgjesthee, achttien dagen lang. Aanvankelijk was het de aanbevolen 10 dagen, maar ik was sterk van lichaam en fanatiek van geest, ik dacht dat ik zo voor altijd zou blijven eten. Ik voelde me geweldig, snakte niet naar ander voedsel, en kon niet meer dan 5 uur slapen op z’n hoogst, dus het voelde natuurlijk en gemakkelijk voor mij. Na achttien dagen stopte iemand mij een banaan in mijn mond bij een repetitie voor een uitvoering. De smaak nam letterlijk bezit van mij. De zoetheid was overmeesterend. Het raakte me zo dat ik een onweerstaanbare trek kreeg en ik kon alleen nog maar aan suiker denken. Ik rende naar buiten, sprong op iemands fiets en haastte me naar de winkel een kilometer verderop. Eenmaal in de supermarkt greep ik een groot pak chocolade chipkoekjes van drie rollen, een liter melk en ging op de stoeprand zitten. Ik at de koekjes rol voor rol, slokte de melk naar binnen en toen ging ik op de stoep liggen met mijn benen half op de weg om mijn plotselinge maagkramp te verlichten. Ik viel blijkbaar in slaap. Mijn makkers van de repetitie vonden me uiteindelijk en beschreven de scène later: “ Man, je lag half op de straat, bewusteloos en snurkend, met melk en koekjes overal om je heen.” Ik werd plotseling het FeestBeest, of, zoals mijn vrienden mij noemden: Het Wandelende Vuilnisvat. Dit was een simpele maar harde les in elk extreem verandert in zijn tegengestelde.
Sommige omstandigheden vragen om extremen en dan hebben ze hun eigen genezende tegenhanger. Maar in zulke situaties hebben we een goed begrip nodig om onze wil sterk te maken, evenals praktische technieken die ons zullen weerhouden van stuiteren tussen uitersten. Daarom noemt de traditionele wijsheid waarschijnlijk matiging het kenmerk van goede gezondheid. Als we matig zijn hebben we meer beheersing.
5. Alle uitersten zijn tegengesteld en
toch elkaar aanvullend
Gewone volkswijsheid en oude gezegden kunnen een geheel nieuwe samenhang krijgen als ze worden beschouwd door het principe van tegenstellingen. Enkele voorbeelden:
Je bezeert altijd degene die je liefhebt.
Het donkerste uur is net voor de dageraad.
Het gras is groener aan de andere kant van de schutting.
Werk is de vloek van de drinkende klasse.
Hoe groter geest, hoe groter beest
Er is iets goeds in de slechtste van ons, en iets slechts in de beste van ons.
Hoogmoed komt voor de val.
Er zijn altijd extreme elementen in elke tegenstelling, toch zijn ze afhankelijk van elkaar. Soms zijn ze te combineren, dan weer lijken ze vijandig, en soms allebei. Bij voorbeeld, laten we een vergelijking maken met de medicinale umeboshidrank, een populair macrobiotisch geneesmiddel voor zure condities. Deze drank bestaat uit de zoute umeboshipruim, tamari, kuzu en het verse sap van fijngeraspte gemberwortel. Hoewel de zurige gember chemisch vijandig is, maakt hij de drank minder extreem als basisch geneesmiddel. Hierdoor wordt het medicijn effectiever, omdat het iets minder extreem is.
Denk eens aan het Tao-symbool met een zwart en een wit vlak, toch heeft elk binnenin een klein beetje van de ander. Een filosofieleraar beschreef het zo: “In het overweldigende felle daglicht hebben we kleine stukjes schaduw van verspreide bomen of rotsen, en in het diepe zwart van de nacht hebben we het zachte schitterlicht van verre sterren.” Hij bedoelde: elke dualiteit houdt een beetje van zijn tegengestelde in zich.
De filosofie van de tegenstellingen kan makkelijk verkeerd begrepen worden omdat het spreken in termen van vastgelegde omschrijvingen gewoonlijk leidt tot dogmatisch denken. Die wetten worden niet echt begrepen. Tegenstellingen herkennen is het pad naar heelheid, omdat hun evenwicht de neutrale toestand van eenheid voortbrengt. Niets is echter uitsluitend of alleen maar een eenheid. Er zijn altijd lagen en diepten in onze oppervlakkige waarneming. Zwart-wit denken verkleint de unieke complexiteit van hoe tegengestelden werken samen, en met de lagen tussen hen. Tussen zwart en wit zit een heel universum in grijs.
6. Tegengestelden trekken elkaar aan,
gelijken stoten elkaar af
We zien voortdurend tegenstellingen om ons heen. Alles bestaat uit twee tegenstellingen: licht en donker, heet en koud, sterk en zwak, passief en actief, uitzetting en inkrimping. De “wetten” of balansfactoren die de tegenstellingen regeren zijn talrijk. Deze wetten kunnen worden gebruikt om onze gezondheid, onze kijk op de dingen en ons dagelijks leven effectiever te regelen.
Laten we twee magneten nemen als voorbeeld. De noordpool zal de zuidpool magnetisch aantrekken zoals we op school geleerd hebben. Gelijke polen (noord en noord) stoten elkaar af, zodat je ernstig ongecoördineerd lijkt als je ze probeert te verbinden. Hoewel, niets is hetzelfde (zie principe nr. 2) en zo bestaan er altijd graden van tegenstellingen. In dit geval (noord en noord) is er ook een licht aantrekking zelfs als de afstoting zo sterk is dat wij het niet merken.
Er zijn een overvloed van voorbeelden hiervan op alle gebieden met inbegrip van het menselijke gedrag, scheikunde en voedselbereiding.
Het
is essentieel om te onthouden
dat
tegengestelden
altijd
naar evenwicht zoeken.
De ontdekking van hoe evenwicht te maken op verschillende terreinen van het leven, met gebruik van de macrobiotische principes en op basis van volwaardige voeding beloont ons met een diep gevoel van onafhankelijkheid en vertrouwen.
7. Elke voorkant heeft een achterkant
Ik ben gek op technologie. In de late jaren 70 heb ik een boek geschreven op een elektrische IBM-typemachine. Ik gebruikte tippex om fouten weg te werken, maar vaak moest ik een hoofdstuk opnieuw beginnen om een nieuwe alinea of nieuwe gedachte ertussen te kunnen zetten. Computers hebben dat in een klap helemaal veranderd. Met knippen en plakken gaat er een nieuwe wereld van snelheid en gemak open. Maar dan zit er ook het risico voor de gezondheid in door de hele dag voor het computerbeeldscherm te zitten. Voor- en achterkant.
Het is tegenwoordig moeilijk je voor te stellen dat je op een lange reis gaat zonder mobieltje. Maar het gemak heeft een voorkant en een achterkant. De dunne schaal van de schedel die onze hersenen beschermt kan geen echte bescherming bieden als we geconcentreerde straling nauwelijks een halve centimeter van ons hersenweefsel houden. Dat kan echt beschadigend zijn. Naar mijn mening is het maar een kwestie van tijd voor men de waarschuwingen serieus gaat nemen.
Voor- en achterkant doet me altijd denken aan “de kleine lettertjes”. Een enorm enthousiasme over de voordelen van een bepaalde aanbieding is een voorbeeld van zo overdonderd zijn door de voorkant dat je de achterkant, de kleine lettertjes over het hoofd ziet. De ingeboren intuïtie weet dat er altijd twee kanten zitten aan elk verhaal. Waarheid is onmogelijk zonder leugens, integriteit heeft geen betekenis zonder bedrog. Elk extreem brengt een tegenstelling mee dat ons voor en achterkant laat zien. Het maakt ons opmerkzamer, gewiekster, en bewust van de “twee kanten” voordat we besluiten tot iets dat ons toekomstige comfort benadeelt.
8. Hoe groter de voorkant, hoe groter de
achterkant
Dit principe werkt het vorige verder uit. We weten allemaal dat voor- en achterkant bestaan, maar het zich bewust zijn van de voor-achter dieptefactor maakt alles uit. Hoe de mate van verleiding ervaren wordt die ergens van uitgaat, staat meestal in verhouding tot hoe nauwkeurig de zaak onderzocht zou moeten worden voor we de volgende stap nemen. Ik heb een buurvrouw die na een pijnlijke scheiding en drie jaar zelfopgelegde eenzaamheid weer begon uit te gaan. Bij het uitlaten van onze honden legde ik haar op een morgen de betekenis uit van de grote voor- en achterkant. Ze dacht er even over na en vroeg toen “Dus als ik verlang naar die man op mijn kantoor die lijkt op de incarnatie van Don Juan en die mijn hoofd op hol brengt door precies de goede dingen te doen, mij cadeautjes te geven, lieve gedichtjes voor me te schrijven, close dansen om de waterkoeler, en dan, na een paar keer met hem uit gegaan te zijn ontdek ik dat hij een introverte, gierige travestiet is die bang is voor Duitsers en vrouwen haat, gaat het dan om een grote voorkant en een grotere achterkant?”
Alles groeit in verhouding. “je krijgt niet wat je ziet” is een populaire uitdrukking die de les van voor- en achterkant aardig weergeeft.
9. Groei gaat in een spiraal, niet in
een rechte lijn
De spiraal is een veelvoorkomend patroon in de natuur en in fenomenen. We zien hem in dagelijkse patronen. De herfstblaadjes maken een cirkelvormige vrije val naar de grond; de schroefvormen van DNA en RNA; de ribbels op een schelp; de uitlaatdampen uit een auto; en de geluidsgolven. In de spiraalbeweging is altijd een terugkeer naar het uitgangspunt, maar in een afwijkende richting.
Onze persoonlijke groei gaat parallel met deze beweging. We worden beter, we worden slechter, we worden beter, we worden slechter. Groei gaat zelden in een rechte lijn. Niemand wordt de hele tijd alleen maar beter. Vaak is de teruggang onze beste leermeester en leert die ons juist te herstellen. Dit geeft ons een referentiepunt van waaruit we het grote geheel kunnen zien.
10. Eén korrel, tienduizend
Volle granen worden al duizenden jaren als het belangrijkste voedsel gebruikt. Dat ze de beschaving van de wereld in stand gehouden hebben is het levende bewijs van hun kracht en duurzaamheid en duidelijk ook de reden waarom ze centraal staan in het dieet van veel hedendaagse gemeenschappen.
Het gebruik van het symbool van één graankorrel die uiteindelijk duizenden voortbrengt, herinnert ons aan dankbaarheid en de noodzaak om te geven. De natuur zelf die altijd produceert in oneindige verscheidenheid is een voorbeeld van dit principe: uit één graankorrel komen tienduizend.
Door deze filosofie te belichamen delen we onszelf met anderen – ons geluk, onze gevoelens, onze diensten die we anderen doen. Dat doen we om te geven en niet om terug te krijgen. Het vermogen om te geven is onze beloning en onze gave – dat is wat we ontvangen. Zoals de overvloed aan oogst die uit één graankorrel kan komen, hebben wij op vele niveaus enorm veel voordeel van elke keer dat wij geven.
Vertaling: Adri Harteveld
Verne Varona
heeft de laatste 35 jaar traditionele geneeswijzen gestudeerd en is schrijver van Nature's Cancer-Fighting
Foods - Reward-Penguin Books, nu in zijn tiende herdruk. Momenteel produceert en regiseert hij een lange documentaire over het omkeren van
ziekteprocessen. Hij kan worden bereikt via:
Nature’s Cancer-Fighting
Foods is verkrijgbaar
bij de stichting George Ohsawa
Macrobiotic Foundation GOMF (gomf@earthlink.net of 1.800.232.2372).
GOMF is ook uitgever van het tweemaandelijkse tijdschrift Macrobiotics Today, waaruit Verne’s
artikel is overgenomen (Vol. 46, no. 5 - sept/okt 2006), met toestemming van uitgever en schrijver.
On-line abonnementen, waarbij men mbv een code het
tijdschrift kan lezen, downloaden en printen, voor $ 33 per jaar. Kijk op: http://www.gomf.macrobiotic.net/pdf.htm