ADHD en voeding

Hyperactief, aandachtszwak of beide?

 

ADHD - Dit te pas en te onpas gebruikte letterwoord wekt de indruk dat deze stoornis nu pas ontdekt is of nu meer dan vroeger voorkomt. Nochtans betreft het niets anders dan de vroeger al bekende hyperkinetische of hyperactieve en aandachtszwakke kinderen, alleen de naam is veranderd.

De volledige Engelse naam Attention Deficit/Hyperactivity Disorder vat inderdaad beide afwijkingen samen. Deze veel voorkomende ontwikkelingsstoornis treft vijf maal zoveel jongens als meisjes.

 

In Engeland had in 1991 één op tweeduizend kinderen enige vorm van hyperactiviteit, In 2006 één op tweehonderd, waarvan één op honderd in ernstige mate. In Amerika zou al een op drie schoolkinderen deze gedragsstoornis vertonen.

Al voor vier jaar en ten laatste voor zeven jaar kunnen er al tekenen zijn die in de richting van de stoornis wijzen. De peuter zal slecht slapen, veel huilen, rusteloos zijn en hypergevoelig voor geluid en licht en voor verandering van omgeving. In zeldzame gevallen kan de peuter ook buitengewoon rustig zijn, veel slapen en zich trager ontwikkelen.

Na zestien jaar wordt 75% uiterst opstandig en agressief en heeft een zwak zelfbeeld. Als gevolg hiervan worden ze asociaal. Bij de overige 25% verzwakken de symptomen geleidelijk, of verdwijnen ze spontaan tijdens de volwassenheid.

 

Oorzaak?

Na vele jaren onderzoek en debat wordt ADHD in de reguliere geneeskunde geclassificeerd als een gedragsstoornis met een organische oorzaak, al is de aard van de disfunctie nog niet bekend. Verscheidene denksporen blijven nog open:

·         Onvoldoende ontwikkeling van een deel van de hersenen

·         Stoornis in hersenchemicaliën

·         Genetische aanleg: de ouders zijn vaak zelf hyperactief geweest of hebben neurologische of psychische problemen gehad

·         Alcohol, sigaretten en drugs vergroten de kans op een kind met ADHD

·         Een verzwakt afweersysteem door terugkerende infecties, antibiotica en inentingen

·         En denkspoor dat een toenemende aandacht krijgt is dat waarin er een verband tussen ADHD en voeding gezocht wordt (zie verder in dit artikel).

·         Ook psychische en sociale factoren zoals angst, stress, verhuizing of verandering van school of in het gezin zijn van invloed .

 

In sommige new age - kringen vindt men dat ADHD bij nieuwetijdskinderen hoort. Zij zouden nieuwe eigenschappen en opdrachten hebben en zich daarom niet aan de bestaande samenleving kunnen aanpassen. Ook bij zogenaamde indigokinderen, met sterk ontwikkelde buitenzintuiglijke waarneming en aangeboren levenswijsheid, zou het probleem als reactie tegen de gevestigde orde voorkomen. Bij dit soort gratuite ideeën treden meestal twee verwarringen op. De eerste heeft te maken met een oneigenlijk gebruik van de term ADHD bij allerhande gedrags- en leerstoornissen. De tweede met het verwarren van bijzondere begaafdheid  en  zielenleeftijd met een ernstige organische gedragsstoornis met een duidelijk omschreven diagnose.

 

Diagnose

Zoals wel meer gebeurt met ziektes die met letterwoorden worden aangeduid, wordt de term ADHD vaak ten onrechte gebruikt voor kinderen die levendig, spraakzaam en beweeglijk zijn of leerstoornissen hebben. Maar niet alle drukke kinderen met een zwakke aandachtsboog krijgen de diagnose ADHD. Om uitsluitsel te geven, heeft men een aantal duidelijke diagnosestappen en –criteria vooropgesteld:

1.       Een hersenonderzoek met elektro-encefalogram en / of  ct-scan moet structurele beschadiging van de hersenen vaststellen.

2.       Een onderzoek door een team specialisten met o.a. een kinderpsycholoog, ontwikkelingspsycholoog en neuropsycholoog evalueert op basis van beschrijvingen van het gedrag van het kind thuis en op school en aan de hand van tests van intelligentie, geheugen en persoonlijkheidskenmerken. Hierbij moeten alle andere in het zenuwstelsel en de zintuigen uitgesloten worden.

3.       De beschreven kenmerken moeten tenminste zes symptomen van gestoorde aandacht en zes symptomen van hyperactiviteit of impulsiviteit bevatten. Deze symptomen moeten voor zeven jaar zijn vastgesteld en moeten tenminste zes maanden

 

De kenmerken zijn anders voor aandachtsstoornis dan voor hyperactiviteit:

 

Aandachtsstoornis:

Een kind met een gestoorde aandacht vertoont de volgende gedragingen:

1. Het heeft weinig aandacht voor details en maakt veel fouten uit onzorgvuldigheid.

2. Het heeft moeite met opletten.

3. Het luistert niet als er tegen hem gesproken wordt.

4. Het kan niet doorzetten of een taak afmaken.

5. Het kan zijn dagelijkse leven moeilijk organiseren.

6. Het vermijdt inspanningen waarvoor concentratie en denkwerk vereist zijn.

7. Het is snel afgeleid.

8. Het vergeet vaak dingen.

9. Het raakt veel dingen kwijt die voor dagelijkse activiteiten (zoals op school) nodig zijn.

Hyperactiviteit of impulsiviteit

Een hyperactief of impulsief kind is herkenbaar aan de volgende punten:

1. Het kan niet stil zitten (een Vlaamse vereniging voor ADHD kinderen en betrokkenen heet ‘Zit stil!’).

2. Het staat vaak op van zijn stoel.

3. Het rent rond of klimt op dingen, als dat niet gewenst is.

4. Het kan moeilijk rustige spelletjes doen.

5. Het lijkt door een motor aangedreven die niet te stoppen is. Het lijkt doorlopend onderweg.

6. Het praat uitzonderlijk veel en vaak ook hard.

7. Het antwoordt snel en spontaan.

8. Het reageert meestal zonder na te denken.

9. Het kan moeilijk zijn beurt afwachten.

10. Het onderbreekt of stoort anderen vaak, maar beseft dat niet.

11. Het verprutst of vernielt vaak dingen ongewild.

 

Behandeling

De ‘klassieke’ behandeling in de reguliere geneeskunde bestaat uit een volledig programma met gedragstherapie, begeleiding, bijzonder onderwijs en medicatie.

Medicatie wordt pas vanaf de schoolgaande leeftijd toegediend en bestaat uit stimulerende middelen  als Ritalin®. Het helpt 80% van de kinderen om zich beter te concentreren en dwangmatige bewegingen te beheersen, maar heeft zoals doorgaans het geval is bij allopatische ‘geneesmiddelen’, een hele rits ernstige bijwerkingen Het wordt vaak routinematig voorgeschreven aan kinderen met lichtere aandachts- en gedragsstoornissen. Als het stimulerende middel niet of onvoldoende werkt, zal men zijn heil zoeken in antidepressiva als Tofranil ®)

Ook bestaan er alternatieve therapieën als muziektherapie, huisdierentherapie, manuele therapieën (cranio-sacraal therapie, shiatsu, reiki) en etherische therapieën (aroma, Bachremedies) en klassieke homeopathie, die een gunstig effect kunnen bewerkstelligen.

 

Zelfhulp

Een aantal richtlijnen kunnen het dagelijkse leven van ouders en kinderen eenvoudiger maken:

1. Aanvaard dat ADHD een chronische aandoening is die speciale aandacht vereist.

2. Geef jezelf niet de schuld van de problemen van het kind en zoek hulp.

3. Word lid van een steungroep voor praktisch advies en informatie.

4. Wen het kind aan dagelijkse routine (duidelijke tijdstippen voor eten,spelen,..)

5. Let op vermoeidheidsverschijnselen.Deze kinderen worden hyperactief als ze moe zijn. Laat ze op tijd rusten.

6. Stel eenvoudige huisregels op en hou hen er streng aan.

7. Handhaaf discipline zonder lichamelijke straffen. Als een kind niet luistert, breng het dan naar een rustige plek om af te koelen.

8. Geef kleuters veilig, eenvoudig en onbreekbaar speelgoed.

9. Laat de televisie zoveel mogelijk uit of selecteer aangepaste, niet-gewelddadige programma’s.

10. Zorg voor open ruimte waar het kind zijn energie kwijt kan en laat het daar naar hartelust ravotten.

11. Laat ze een sport in ploegverband beoefenen om sociale vaardigheden te leren.

12. Geef het kind complimentjes als het rustig speelt en gehoorzaam is.

13. Verleng de aandachtsboog voor zeven jaar met spelletjes, puzzels en boeken. Schakel over naar lichamelijke activiteiten zodra het kind onrustig wordt.

14. Praat erover met andere ouders in zelfhulpgroepen, onderwijzend personeel, schoolpsycholoog of leerlingenbegeleider en kies aangepast onderwijs.

 

ADHD en voeding

Sinds de jaren zeventig van vorige eeuw is men in wetenschappelijke kringen beginnen denken aan een verband tussen voeding en leer-en gedragsstoornissen. Volgens de westerse visie wordt voeding in dit verband uitsluitend materialistisch en analytisch benaderd.

Deze onderzoeken onderzochten zowel de negatieve als de positieve invloed van voedsel.

 

Negatieve invloed van voedsel

·         De eerste onderzoeker was de allergoloog Benjamin Feingold die in 1973 het verband ontdekte met voedingsallergieën veroorzaakt door suiker, hoge doses vitamines en chemische additieven.

·         In 1979 bewees een onderzoek in een jeugdgevangenis in Chessepeak, Virginia, v.s. een verband tussen suiker en frisdrank en asociaal gedrag. Na uitschakeling van deze producten was er na drie maanden een vermindering van 45% van het asociale gedrag. En na een jaar een vermindering van 77%.

  • In hetzelfde jaar constateerde Saul Miller een verslechtering van technische leesvaardigheid onder invloed van suiker, honing, chocola en banaan.
  • In 1987 ontwierp Ben Feingold het Feingolddieet. Hij ontdekte dat ADHD-kinderen een overgevoeligheid vertoonden voor salicylaat, een bestanddeel van aspirine. Deze stof zit ook in een aantal voedingsmiddelen die in zijn dieet werden geschrapt: wortelen, broccoli, citrusfruit, appel, pruim, tomaat, paprika, peper, spinazie, kerry, dille, kurkuma, drop en pepermuntjes. Door het dieet werd de helft van de kinderen beter.
  • Andere onderzoeken gingen in de richting van conserveermiddelen als tartrazine (E 102) en benzoëzuur (E 210) die in chocola en vleeswaren terug te vinden zijn en van smaak- en kleurstoffen (in snoep en zalm). De toestand van ADHD-kinderen verbeterde na het weglaten van die stoffen.
  • Ook cafeïne (in koffie, thee, cola en pure chocola) blijkt ADHD te verergeren.
  • Een onderzoek aan de universiteit van Yale in 1990 wees uit dat suiker angst, irritatie, hyperactiviteit, agressie en concentratiegebrek verhoogt.
  • In een Nederlands onderzoek van het Onderzoekscentrum voor hyperactiviteit en ADHD (2003) besloot Lidy Pelsser dat voeding een sterke invloed heeft op het gedrag van kinderen. In het oriënterend onderzoek kregen veertig kinderen met ADHD tussen drie en zeven jaar enkele weken het ‘fewfood dieet’. Alle allergieopwekkende bestanddelen en medicijnen werden weggelaten. Het dieet bestond uit onbeperkt gebruik van kalkoen, rijst, sla en peer. Aangevuld met tarwe, maïs, appel en honing. Alle andere voeding werd verboden. Na enkele weken had 60% geen gedragsproblemen meer.

 

Positieve invloed van voedsel

  • In 1984 bewees een Amerikaans onderzoek dat gedrag en leerproblemen verbeteren met een dieet van volle granen en biologische groenten en peulvruchten.
  • Diverse studies ontdekten dat magnesium, kalk en kalium de hersenactiviteit positief beïnvloeden.
  • Daarna volgde de ontdekking van de rol van het vitamine-B complex (o.a. B1) en de werking van het zenuwstelsel. Dit vitamine gaat door raffinage van granen verloren. Door het gebruik van volle granen bleek het zenuwstelsel beter te functioneren.
  • Later ging men het zoeken in een gebrek aan essentiële vetzuren die via de voeding moeten aangebracht worden, willen we het zenuwstelsel goed laten functioneren. De Durham-studie in de V.S. wees in 2004 uit dat de meervoudig onverzadigde omega-3 en omega-6 vetzuren (o.a. aanwezig in visolie) concentratie en leervaardigheid verhogen. Een studie van 2006 wijst op het positieve effect van deze vetzuren en micronutriënten, waardoor 40 tot 50% van de ADHD-symptomen verminderde.

 

Door hun te beperkte visie op zowel de mens als voeding zijn deze wetenschappelijke onderzoeken een soort blindemannetje spelen, waarbij men eerder toevallig dan systematisch oorzaken en verbanden ontdekt. Daarnaast vormen de wetenschappers die het verband tussen voeding en ADHD willen aantonen een kleine minderheid die vaak door hun collega’s en daardoor ook door de subsidiërende overheid niet ernstig worden genomen. Bovendien druisen de meeste bevindingen in tegen de belangen van multinationale voedingsindustrieën, zodat die er ook niet happig op zijn om zulke onderzoeken te financieren als die niet in hun kraam passen.

 

Een macrobiotische benadering

Gedrag is een uiting van iemands constitutie, evolutie en dagelijkse conditie. De constitutie of het basisgestel wordt bepaald door voeding, levenswijze en omgevingsinvloeden van de moeder tijdens de zwangerschap, van beide ouders voor de zwangerschap en van zeven generaties van voorouders. Deze factoren bepalen de celkwaliteit, waaronder ook de kwaliteit van de voortplantingscellen. Via de genen wordt deze kwaliteit aan de volgende generatie doorgegeven.

Na de geboorte bepalen de hoeveelheid en de kwaliteit van de voeding samen met bovenvermelde factoren ook de ontwikkeling en dagelijkse conditie van het kind op lichamelijk, sociaal en geestelijk vlak.

De alarmerende toename van het aantal kinderen met leer- en gedragsstoornissen hangt rechtstreeks samen met een uiterst onevenwichtige en onnatuurlijke voedings- en levenswijze. Enerzijds is er een overconsumptie van geraffineerd zout, ei, gevogelte, rood vlees, kaas, gerookte, gegrilde, gefrituurde en gebakken voedingsmiddelen (yang).

Anderzijds is er een te groot verbruik van wit meel, chocola, tropische groenten en fruit,vruchtensap, frisdrank, suiker en licht gealcoholiseerde dranken, zoals breezers (yin).

Deze oorzaak wordt vaak nog versterkt door moderne kunstmatige bewerkingen met additieven, genetische manipulaties en bestraling (o.a. magnetrongolven).

Naast de rechtstreekse oorzaak van de voeding speelt de onnatuurlijke en onecologische levenswijze een belangrijke rol. In en hedendaagse comfortabele leefomgeving zijn een tweehonderdtal synthetische materialen en stoffen aanwezig, van vloerbedekking tot deodorant, die een agressief (meestal uiterst yin) effect op het zenuwstelsel hebben en tot extreme condities bijdragen of ze verergeren.

Bovendien vormt een dagelijkse dosis van allerhande stralingen ( televisie, computers, mobieltjes,

I-pods, enz.) een belasting van het zenuwstelsel van gedrags- of leergestoorde kinderen.

Tenslotte zorgen diverse omgevingsinvloeden zoals een drukke stedelijke omgeving en stressgevende sociale relaties (met name in het gezin en op school) voor overprikkeling van het zenuwstelsel.

 

Drie vormen van ADHD

Naargelang de onbalans kunnen we drie vormen van ADHD onderscheiden: de overwegend yange, de overwegend yinne en de extreme (zowel yin als yang).

 

De yange vorm van ADHD (met vooral hyperactiviteit)

Kan al bij peuters merkbaar zijn in vlugger leren praten en lopen of zelfs in het overslaan van ontwikkelingsstadia. Deze vorm uit zich vooral in lichamelijke en geestelijke verstarring en koppigheid .Bij de voortdurende bewegingen zijn vooral de grote spiergroepen betrokken, zoals bij wiebelen op een stoel, vaak opstaan en rondlopen, rennen en op en neer springen. Het kind is ongeduldig en ongeremd en spreekt hard of veel. Het kan zich vaak vernielend en agressief gedragen en heeft een zelfingenomen, egocentrische houding  jegens anderen. Dat kan zich uitdrukken in eigengereidheid, ongevoeligheid tot zelfs wreedheid in contacten met anderen.

Dit type ADHD wordt veroorzaakt door bovenvermelde yange voedingsmiddelen.

 

De yinne vorm van ADHD (met vooral aandachtszwakte)

Kan al bij peuters herkenbaar zijn in een tragere ontwikkeling. De yinne vorm doet zich voor als concentratiezwakte, verwardheid, moeilijkheid om indrukken te verwerken, verminderde zin voor doel en richting, verzwakt lichaamsbewustzijn, coördinatieproblemen en ruimtelijke desoriëntatie. De doorlopende bewegingen betreffen veeleer kleinere spiergroepen (fijne motoriek) en uit zich als beven of frunniken aan alles wat er binnen handbereik komt. Het kind zal zachter en minder vaak spreken.

Deze vorm van ADHD wordt veroorzaakt door hoger aangehaalde yinne voedingsmiddelen en dranken.

 

De extreme vorm van ADHD (met in even hoge mate hyperactiviteit en aandachtszwakte)

Doordat het Westerse voedingspatroon extreem is, worden de meeste ADHD’ers met zowel met zowel yange als yinne voedingsmiddelen en drank opgevoed. Bijvoorbeeld: aan één kant: zoute chips of borrelnootjes, ei, kip, hamburger, kaas en pizza. Aan de andere kant melk, yoghurt, chocolademelk, chocola, chocoladepasta, tropisch fruit, frisdrank, snoep en chemisch bewerkt voedsel.

Door deze extreme polariteit vertoont het kind meestal gemengde kenmerken van beide vormen en is het gedrag onvoorspelbaar en chaotisch en het humeur erg wispelturig.

 

Het evenwicht herstellen met MB

De verantwoordelijkheid voor onze eigen gezondheid beperkt zich niet tot onszelf, maar strekt zich ook uit tot onze kinderen en kleinkinderen. Vandaar het belang van evenwichtige voeding tijdens de zwangerschap, de opvoeding van het kind en de volwassenheid.

De hoofdbekommernis van macrobiotiek met betrekking tot ziekte is ziekte te voorkomen. Deze preventie van ziekte begint  bij het zich bewust worden van de universele orde in onszelf en onze omgeving en het spontaan leven volgens die orde van dag tot dag,wat zich onder andere weerspiegelt in onze voedingswijze. Op deze manier waarborgen we, zonder buitengewone zorg of bezorgdheid onze eigen gezondheid en die van volgende generaties.

 

Door middel van de macrobiotische voedingstherapie is het mogelijk een geleidelijke verbetering te bewerkstelligen. Dit geldt niet of in mindere mate bij kinderen met aangeboren afwijkingen in het zenuwstelsel. Concentratie, beheerste bewegingen, zelfbeheersing en sociaal gedrag kan zich in de loop van enkele maanden verbeteren. Tegelijk kan medicatie stapsgewijze in overleg met een arts afgebouwd worden. Deze periode kan door ondersteuning met Bachbloesemremedies of constitutionele homeopathische middelen verkort worden.

Aangezien ADHD in het algemeen een extreme stoornis is, biedt het standaard macrobiotisch dieet het meeste kans op verbetering. In eerste instantie dienen daartoe de bovenvermelde extreme voedingsmiddelen en dranken vermeden te worden. In tweede instantie kan het dieet uit volgende verhoudingen bestaan:

·         40-60% volle granen

Met name maïs, haver, rijst en gierst bevorderen een goede werking van het centrale zenuwstelsel. Bij yangere ADHD-vormen kun je vaker maïs in diverse vormen geven en boekweit vermijden. Bij de yinnere vormen kan boekweit wel. Haver en gierst moeten per geval uitgetest worden. De kookwijze van de granen moet individueel aangepast worden. In de yinnere gevallen kun je de granen eerst roosteren en daarna koken. Ook de drukkookpan kan gebruikt worden. Bij de yangere gevallen horen rustigere kookstijlen, waaronder ook geregeld rijstcrème. Ook rogge en spelt mogen niet op een zenuwversterkend menu ontbreken.

·         20-30% groenten

Voor de yange vorm kan de helft tot drie vierde van de groenten bestaan uit bladgroenten en lichtere bereidingen en de helft tot een vierde uit wortel-, bol- en knolgroenten. Voor de yinnere vormen kunnen zwaardere bereidingen gebruikt worden zoals smoren in eigen vocht (nishimi) en stoofpotten van diverse wortelgroenten (kinpira en nituke). Penwortelgroenten hebben dezelfde signatuur als het centraal zenuwstelsel en helpen bij het herstel ervan. Stoofpotten kunnen bereid worden met een of meer van volgende wortelgroenten: wortelen, pastinaak, peterseliewortel, ijskegeltjes, daikon, schorseneer en kliswortel. Wilde wortels zoals paardebloem, kliswortel en distelwortel zijn uitstekend. Als bindmiddel kan kuzu aangewend worden om dezelfde reden als de wortelgroenten.

·         10-15% peulvruchten

Zoals azukibonen, linzen, kikker-, split- en doperwten evenals mungbonen geregeld voorgeschoteld worden bij de yinnere vormen. Ze kunnen af en toe afgewisseld worden met tempeh of gebakken tofu. Bij de yangere vormen mogen grotere bonen op tafel komen en kan tofu lichter bereid worden. Ook sojascheuten (taugé) kan in diverse bereidingen. 0ok peulvruchten zijn rijk aan vitamines van het B-complex en lecitine, waarvan al langer een gunstig effect op de hersenwerking bekend is. Bovendien bevatten ze isoflavonen, stoffen die de prikkeloverdracht in de hersenen harmoniseren.

·         5% zeewier

Vooral kombu, mekabu en hiziki de voorkeur bij de yinnere varianten. Bij de yangere mogen kanten, nori, wakame, arame en dulce vaker. Zeewier bevat zowat alle mineralen en oligo-elementen die het zenuwstelsel nodig heeft.

·         5% misosoep

 Voor yinnere vormen van ADHD mag misosoep wat donkerder zijn en licht zout van smaak. Wanneer kinderen veel trek in zoet krijgen, is het zaak minder en lichtere soorten van miso te gebruiken. Dat doen we ook voor hyperactieve kinderen. In die gevallen kan miso ook door zuinig gebruikte shoyu vervangen worden. In de soep kunnen een of meer groenten verwerkt worden, evenals peulvruchten of granen. Bij yinnere vormen of in koude seizoenen kunnen ook vis of zeevruchten meegekookt.

·         5-10% vis, schaaldieren en zeevruchten

 Twee tot drie keer per week kan wat vis geserveerd worden. Bij voorkeur vis die boven in de zee zwemt zoals sardien, haring of makreel of zoetwatervis zoals forel, zalmforel of zalm. Yinnere kinderen mogen ook schaaldieren of zeevruchten krijgen, ook bonitovlokken zijn gunstig voor hun toestand. De yangere kinderen zijn beter gebaat met vis die dieper in de zee zwemt zoals kabeljauw of platvissen. Zij krijgen ook minder vaak en kleinere hoeveelheden ervan. Vis bevat naast mineralen en oligo-elementen ook de omegavetzuren. Van deze laatsten is inmiddels bewezen dat ze zowel de concentratie als de hyperactiviteit verbeteren.

·         0-5% noten en fruit

Walnoten of hazelnoten kunnen tussendoor gegeten of in toetjes verwerkt worden. Kastanjes mogen vaker en kunnen ook met granen meegekookt. Hazelnoten bevatten ijzer en fosfor en walnoten vitamine B3, stoffen die een goede werking van de hersenen bevorderen. Het gebruik van fruit moet per geval en volgens seizoen overwogen worden. Bij yangere vormen kan het vaker dan bij yinne vormen. In de yinne gevallen kan fruit beter beperkt worden tot af en toe wat bereide appel of abrikoos.

·         2% zaden

Vanwege de rijkdom aan mineralen en oligo-elementen zijn ook zaden van belang voor een goed functionerend zenuwstelsel. Met name sesamzaad dient in dit verband een eervolle vermelding. Ook alfalfazaad is gunstig. Zij kunnen het best in gerechten met granen en zeewieren verwerkt worden om het effect van deze voedingsmiddelen te verhogen.

·         Smaakmakers en condimenten

Mirin en rijstazijn kan mondjesmaat bij yange gevallen. Bij de yinnere moet het effect uitgetest worden. Umeboshi  en goma-wakame (poeder van gemalen sesam en wakame) kan in beide gevallen in kleine hoeveelheden in bereidingen verwerkt worden. Verscheidene tuinkruiden kunnen gerechten op smaak brengen. Medicinale smaakmakers als gomasio en tekka moeten met de nodige omzichtigheid aangewend worden, omdat de  samenstelling, de dosis en de frequentie nauw luisteren. Bij yinnere vormen kan gomasio van twaalf tot achttien delen sesamzaad op één deel zeezout, twee tot driemaal per dag een tweetal koffielepels. Bij yangere vormen kan men gomasio beter niet geven ofwel in bepaalde condities in een verhouding van achttien tot twintig delen sesamzaad op één deel zout en alleen een of twee theelepels. Tekka is zo ongeveer het meest yange medicinale product dat er bestaat. Veiligheidshalve wordt deze bereiding alleen bij yinnere kinderen voorzichtig geprobeerd. Bij deze beide zoute bereidingen moeten we ook weer letten op de signalen van het kind. Als het teveel dorst krijgt of te grote trek in zoet, de toediening aanpassen. Gember beschouwt men wetenschappelijk als ‘adaptogeen’, wat wil zeggen dat het zowel een overactief zenuwstelsel kalmeert als een te zwak werkend zenuwstelsel stimuleert. Je kunt het dus in alle gevallen met kleine beetjes in bereidingen verwerken.

·         Aangepaste hoeveelheid en soort drank

Neutrale dranken als driejarenthee of lichte granenkoffie kunnen het vaakst gegeven worden. Hyperactieve kinderen worden kalmer van thees zoals lindebloesem, basilicum, kamille, Roomse kamille, lavendel, citroenmelisse en passiebloem.

 

Uitwendige behandelingen en oefeningen

Symptomen en conditie kunnen als volgt behandeld worden:

1. Doe regelmatig ontspanningsoefeningen om het kind tot rust te brengen. De meeste kinderen vinden de oefeningen leuk om te doen.

2. Leg je handen lichtjes boven op het hoofd en wissel de positie af. Maak ook rustige strijkbewegingen langs de ruggengraat. Bij hyperkinetische kinderen van beneden naar boven. En bij aandachtsgestoorde kinderen omgekeerd.

3. Chanten als aparte oefening of samen met ontspanningsoefeningen of handoplegging. Adem rustig en diep in en maak bij het uitademen de klank ‘mmm’ of ‘soe’.

4. Geef onrustige kinderen een paar keer per week een kort ontspannend bad met lavendelaroma.

 

Levenswijze

1. Gebruik zoveel mogelijk ecologisch verantwoorde interieurmaterialen en onderhoudsproducten in je woning.

2. Gebruik natuurlijke en ecologische hygiëneproducten.

3. Gebruik natuurlijke plantaardige vezels in kleding.

4. Ga vaak met je kinderen wandelen of fietsen in de natuur. Planten geven rust.Laat ze ook in de buurt van stilstaand of rustig kabbelend water spelen. Ook dit werk kalmerend.

5. Lees verhalen voor als rustgevende activiteit of laat ze zelf uit kinder- of jeugdliteratuur voorlezen.

6. Zing samen met je kind rustige liedjes of laat het in een kinderkoor meezingen.

7. Hou rekening met de tips van zelfhulp. (zie boven).

8. Zorg voor sociale en emotionele opvang van ADHD-kinderen. Spreek regelmatig met ze en laat ze over hun gevoelens van frustratie en dergelijke spreken.

9. Geef ze het gevoel dat je er voor ze bent.

 

Spirituele aspecten

In bepaalde gevallen hebben ADHD-kinderen moeilijkheden gehad om te incarneren, waardoor ze zich lichamelijk en geestelijk niet goed in hun vel voelen. Wanneer de entiteit tegen het leven opziet en zich tegen het indalen in de foetus verzet, ontstaat er vaak een gestoord lichaamsbewustzijn en  problemen met aanpassing aan de sociale omgeving.

In ander gevallen kan de entiteit te maken hebben gehad met levens van dominantie, agressie of gewelddadigheid en moet hij in dit leven leren omgaan met oorzaak-gevolg reacties in conflictsituaties en zelfbeheersing en vredevolle oplossingen leren.

In nog andere gevallen hoort de entiteit bij de grote incarnatiegolf die in deze tijd de opdracht heeft egocentrisme, eigenzinnigheid en driftigheid te transformeren in maatschappelijk aangepast gedrag, respect voor de anderen en dienstbaarheid voor een groter geheel.

 

In al deze gevallen zijn specifieke opvoedingsrichtlijnen met professionele hulpverleners overlegd worden.

Tot slot hebben ouders van probleemkinderen vaak karmisch bepaalde relaties waarbij ook de ouders bepaalde geestelijke eigenschappen kunnen ontwikkelen en levenslessen kunnen leren.

We leren immers altijd, overal en van iedereen.

Jan Box

 

Tekstvak: 12Jan Box studeerde antropologie, archeologie, wijsbegeerte en letteren. Daarna westerse en oosterse geneeskunde en macrobiotiek aan het Kushi Instituut in Antwerpen en in Boston. Gaf leiding aan het macrobiotisch centrum De Spiraal in Tongeren en was vaste medewerker aan het Oost West Centrum (OWC) De Levensboom in Hasselt. Is nu verbonden aan het Hoger Instituut voor Integrale Gezondheidszorg. Gaf talloze lezingen, cursussen en workshops over de macrobiotische voedings-, genees-, leef- en zienswijze en is 25 jaar werkzaam als macrobiotisch consulent.

Literatuur:

Gunning, B. en A. Paternotte, ‘Toen we de bijsluiter lazen…’, medicatie bij kinderen met ADHD, Landelijke Vereniging Balans, 1997.

Hartmann, Thom, ADHD, complete gids voor kinderen en volwassenen, Berchem, 2003

Huibers, Jaap, Voeding en gedrag, Deventer,1988.

Jack, Alex, Let Food Be Thy Medicine, Becket, MA,1991.

Kushi, Michio & Aveline, Food Governs Your Destiny, Teachings of Namboku Mizuno, Tokyo-New York, 1991.                                                                                                                                                                

Michio Kushi & Alex Jack, GeneesWijzer, R’dam, 2006.

Kushi, Michio & Aveline, Macrobiotic Childcare and Family Health, Tokyo - New York, 2006.

Miller, Saul and Jo Anne, Food for Thought, A New Look at Food and Behavior, Englewood Cliffs, N.J., 1979

Pfeiffer, Carl, Voeding en psyche, orthomoleculaire voeding bij geestelijke disharmonie, Deventer

Reader’s Digest, Medische doorbraken, A’dam-Brussel, 2004.

Reader’s Digest, Voeding die schaadt, voeding die baat, complete gids over de invloed van voeding onze gezondheid, A’dam-Brussel, 1997.

Renson, Ine, ADHD-kinderen, eerst een pilletje en dan naar school, Nieuwsbrief, kinderen- en jongerentelefoon, 2003, 2, 7, 30-34.

Richardson, Alexandra, Vetzuren en dyslexie, dyspraxie, ADHD en het autistisch spectrum,                                                                    Impact van voeding op gezondheid, recente ontwikkelingen, 2004, 6, 41- 56.

Tara, Wlliam, Macrobiotics and Human Behavior, Tokyo -New York, 1984.

 

Websites:

http://www.adhd.nl; http://www.zitstil.be