Gene D. Matlock
Gene D. Matlock (1928, Kansas) schreef in 1966 onderstaand artikel
voor Let’s Live Magazine, opgenomen
in het macrobiotisch tijdschrift The Order of the Universe van juni 1967
en vertaald door Marc van Cauwenberghe
in zijn bundel De Orde van het Universum
nr. 2. Er wordt gemeld dat Matlock werkt aan een boek
over leef- en eetwijze van de Maya’s en Azteken. Dat
maakte me nieuwsgierig en zocht op internet naar de
titel van dat boek, dat inmiddels wel verschenen zou moeten zijn. Tot mijn
verbazing vond ik daarvoor geen aanwijzingen, wel voor een reeks na 2000
gepubliceerde boeken. Zijn passie ligt bij oude beschavingen en de evolutie van
menselijke religiositeit. Met behulp van zijn kennis van oude talen en
dialecten (Sanskrit en Nahuatl,
de taal van de Azteken) en linguïstiek heeft hij oorspronkelijke theorieën bedacht
en verbanden gelegd over Atlantis (in de Golf van Mexico,
zie http://www.viewzone.com/atlantis.html),
de oorsprong van Amerikaanse Indianen (Hindoe’s komend van Noord-India),en
spiritualiteit en over de oorsprong van het Jodendom: “Er zijn zeker treffende
gelijkenissen tussen de Hindoe god Brahma en zijn
gezellin Saraisvati
en de Joodse Abraham en Sara, die meer
zijn dan toevalligheden.” (zie http://www.viewzone.com/abraham.html).
Hij zegt dat de linguïstische ontdekkingen bij het vergelijken van verschillende
culturen verbijsterend zijn. Dat we altijd een globale gemeenschap zijn en zijn
geweest vanaf het begin van de beschaving. Uitermate prikkelend, hij noemt in
een van zijn boeken ook de overeenkomsten tussen de Mexicaanse en Indiase
eetcultuur (bijv. chapati en tortilla) daarvoor als
bewijs. Ik heb geprobeerd contact met hem te zoeken - tot op heden zonder
succes, maar wie weet in het volgende nummer meer informatie over deze boeiende
schrijver, verteller, linguïst, archeoloog en historicus. (PT)
De filosofie van de geneeskunde van Azteken en
Maya’s
Toen de Spaanse conquistadores
begin 16e eeuw de grote Indiaanse beschavingen van Mexico en Centraal-Amerika aanvielen, waren ze verbaasd over de goede
gezondheid van de Azteken en Maya’s en over de superioriteit van de hun
geneeskunde.
De veroveraars schreven dat de
Indianen een uitstekende constitutie hadden: een mooie huidskleur, perfecte
tanden en ogen, en dat lichaamsvervormingen bij hen zeldzaam waren. De
Spanjaarden merkten op dat slechts weinig Indianen kaal of grijsharig waren. De
zeer hoge leeftijd die de Azteken en Maya’s bereikten – honderd jaar en meer
kwam geregeld voor - maakten echter de grootste indruk op hen. De Europeanen konden
slechts hopen iets meer dan half zo oud te worden dan de volkeren die ze wilden
onderwerpen.
Omdat de Europeanen ploeterden met symptomatische geneeskunde (zoals nu
nog steeds), schreven de Spanjaarden de robuuste gezondheid en de hoge ouderdom
van de Indianen toe aan hun hoogontwikkelde kruidengeneeskunde.
In de loop van de eerste honderd jaar na de verovering slikten de Spanjaarden
zelf enthousiast de kruidenafkooksels van de Azteken en Maya’s, in de hoop zo
een even gezond en lang leven te verkrijgen als hen.
Ze werden bitter teleurgesteld. Daarom werd de Indiaanse geneeskunde bestempeld
als bijgeloof en van tijd tot tijd zelfs onderdrukt.
Gelukkig zijn veel van de oude medische praktijken bewaard gebleven
doordat ze werden doorgegeven van vader op zoon. Het is waar dat veel van de
beste geneeskruiden nog steeds uit de greep van de blanke man worden gehouden.
Toch zouden de blanken onmetelijk kunnen profiteren van wat ze al weten over de
Azteekse en Mayaanse kruidentraditie als ze alleen al
het eenvoudige geheim, dat die vooroorlogse medicijnen actief maakt, zouden willen
leren begrijpen en op iedereen toepassen – het geheim dat er toe bijdraagt
echte genezing en robuuste gezondheid te verkrijgen, zelfs als de kruiden niet
genomen worden!
Het “geheim”
ontsluierd
De afgelopen twintig jaar heb ik talloze interviews afgenomen van veel
interessante Azteekse en Mayaanse curanderos
(genezers). Ik heb het grootste deel van de verkrijgbare literatuur over
Indiaanse geneeskunde bestudeerd. Het fundamentele geheim werd mij niet minder
dan honderd maal ontsluierd. Niettemin was mijn Europese geest, die zo gericht
is op symptomatische geneeskunde, niet in staat zo’n
alledaagse kleine waarheid te begrijpen of te geloven. Het moest me
uiteindelijk als twee plus twee uitgelegd worden door een geschoold
Maya-kruidendokter. De basistheorie achter de geneeskunde
van Maya’s en Azteken is zo eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen, dat de
eerste beginselen ervan geleerd kunnen worden in de weinige minuten waarin je
dit artikel leest!
In de wereld van Azteken en Maya’s hingen religie en geneeskunde hand in
hand. Ze geloofden dat alle ziekten en tragedie veroorzaakt werden door de
zonden en overtredingen van de mensen tegen de natuurkrachten (goden). Kennis
van de microbiologie zou hun gedachten niet gewijzigd hebben. Ze zouden zeggen
dat de goden de microben zouden toestaan alleen die mensen aan te vallen en te
vernietigen die zichzelf verzwakt hebben door onjuist, immoreel leven en
slechte voedingsgewoonten.
De leugen
voortgezet
De meeste geschiedkundigen helpen de oude leugen voortzetten dat de
Azteken en Maya’s polytheïsten waren. Nochtans is er
een overvloed aan concreet bewijsmateriaal verkrijgbaar om aan te tonen dat de
Mexicanen en Guatemalteken van voor de verovering monisten waren. Bijvoorbeeld de Hanab
Ku van de Maya’s was “De
Enige God”. Hij was ook gekend als Hunac (Pluraliteit
in Eén). De Azteekse en Mayaanse Goden werden vooral
vereerd als heilige vertegenwoordigers van diverse aspecten van de natuur. Ze
waren toen wat nu de Raad van Bestuur is van een groot concern. Mensen, goden
en dieren waren allen onderworpen aan één goddelijk wezen. De Architect van het
Universum had een speciaal doel en specifieke functie voor ogen voor elk schepsel.
Het goddelijk doel van een schepsel, zijn
superioriteit of inferioriteit in vergelijking met de mens, werd bepaald door
zijn hoofdvoedsel. Men meende ook dat het hoofdvoedsel het basismateriaal werd
in het bloed en het lichaam.
De mens is
gemaakt uit maïs
Volgens Azteken, Maya’s en Zapoteken was de
mens vervaardigd uit maïs. De Popol-Vuh, een
boek over kosmogenese, religie, mythologie en
geschiedenis van de Maya-Quiche indianen van
Guatemala (zie http://home.planet.nl/~roeli049/nedhome1.htm
voor een gratis download van de Nederlandse vertaling door Sebastiaan Roeling, kenner van de Maya-cultuur) stelt voorop de maïs “… in het vlees van de
mens binnendrong. Dat was zijn bloed, hieruit werd het bloed van de mens
gemaakt … Ixmucane
maakte negen dranken, en uit dat voedsel kwam de
kracht en de lijvigheid en daarmee schiepen ze de spieren en de krachten van de
mens. De armen en benen van de mens werden gemaakt van maïsdeeg. Alleen
maïsdeeg is in het vlees van onze voorouders gegaan …”
De eerste “maïsmensen” waren zo superieur dat ze zelf bijna “goden”
waren. De jaloerse Mayaanse goden wijzigden toen hun
scheppingen een beetje om zo zichzelf te beschermen tegen ongewenste competitie.
De Azteken en de Maya’s wisten dat mensen konden overleven en overleefden op
ander voedsel dan maïs (granen). Ze geloofden echter dat alleen maïs (granen)
hen creatief, intelligent, sensitief, gezond en goddelijk kon maken.
Hoewel ze niet de precieze percentages aangeven, vertellen historische
documenten ons dat 60 – 100% van het dagelijkse voedsel van deze volkeren
bestond uit maïs. Aanvullingen hierop waren groenten, vruchten, bonen, honing,
en het vlees van vis, gevogelte en grasetende dieren. De Azteken onthielden
zich van het eten van carnivoren of omnivoren en van het drinken van dierenmelk.
Beschouwd als
barbaren
Indianen die maïs niet accepteerden als hun basisvoedsel werden
beschouwd als barbaren en door de Azteken tot slaaf gemaakt. Indiaanse legenden
vertellen dat de Tolteken, de voorlopers van de Azteken in de vallei van Mexico,
hun respect voor maïs verloren en vervielen in wildheid en onwetendheid.
Gelukkig keerden ze weer naar de maïs terug en ontvingen vergiffenis van de “goden”.
De kinderen van Azteken, Maya’s Zapoteken en
Inca’s gaf men gewoonlijk een 100% maïsdieet tot tienjarige leeftijd. Men
geloofde dat het zuivere maïsdieet hun superieure menselijke kwaliteiten zou
accentueren en vergroten en hen sterk en immuun zou maken tegen ziekte. De
Indiaanse ouders wisten ook dat dit strenge dieet bij hun kinderen een permanente
lust naar granen zou scheppen, omdat de meeste mensen dàt
verkiezen waaraan ze gewend zijn. Dat traditionele dieet wordt nog steeds
gevolgd door de meeste agrarische Mexicaanse Indianen. Maïs vormt 75 – 80% van
het dagelijkse Mayavoedsel. Hun gezondheid, zoals die
van alle Mexicaanse en Guatemalteekse Indianen, is echter dramatisch ontaard
wegens schadelijke dranken, gesuikerde limonades,
onhygiënische leefomstandigheden en sociale onrechtvaardigheden, hen aangedaan
door de blanken. Maar als een Mexicaanse Indiaan ziek wordt, zal hij
onmiddellijk het westerse voedsel vermijden. Tot hij weer in orde is, zal hij
bijna volledig leven op atole (maïspap).
Advies van
een kruidendokter
“Keer terug in de armen van moeder maïs”, is de eerste raad die de goede
Indiaanse herbalisten (kruidendokters) geven aan hun
patiënten. Inderdaad hebben deze dokters mij verzekerd dat kruiden nooit iemand
kunnen genezen, die granen niet aanvaardt als zijn hoofdvoedsel. Mocht een oude
Mayaanse of Azteekse dokter vandaag op aarde kunnen
terugkeren, dan zou hij ons vertellen dat bijna alle moderne ziekten en persoonlijke
dan wel sociale misère ontstaan omdat de mens de granen – zijn heilige vlees –
verwaarloosd heeft.
Hadden de Indianen van voor de veroveringen gelijk? Is het waar dat de
meeste van onze gezondheidsproblemen zullen verdwijnen als we onze verzwakte
lichamenweer vullen met granen – ons goddelijk voedsel? Is het voor ons beter
“maïsmensen” te zijn dan “coca-cola-mensen, mensen
van witte suiker en boterkoeken”?
Ideeën niet
origineel
De ideeën van Azteken en Maya’s zijn niet origineel onder de volkeren
van de wereld. De wijzen van Azië en Afrika wisten ook dat de mensen voor hun
gezondheid en geluk moesten steunen op granen. Zelfs onze joods-christelijke
leringen schijnen aan te duiden dat de mens hoofdzakelijk moet steunen op
granen en groenten: “In het zweet des aanschijns zult
gij uw brood eten (Gen. 3:19). In het Onze Vader bidden
we God “Geef ons heden ons dagelijks brood”.
Het is mogelijk dat het moderne bestaan de mens verblindt voor zekere grondwaarheden, die alleen herontdekt kunnen worden
door de studie van de gewoonten van de oude, zgn. primitieve volkeren. Het is
ook noodzakelijk hun psychologie te leren kennen. Eén reden waarom ik zoveel
jaren over het”maïsgeheim” heen keek is dat men dacht dat ik het reeds kende.
Weinig Amerikaanse Indianen zullen uitleg geven of uitweiden over kennis
waarvan zij denken dat ze instinctief is. De Mexicaanse Indianen zullen met
passie over hun kruidengeneeskunde discussiëren, maar niet meer dan een woord
of een zin wijden aan de granen. Ze nemen aan dat iedereen weet dat granen voor
een gelukkig bestaan net zo belangrijk zijn als water en slaap. Toen ik hen
vertelde dat ik geen kennis had van het primordiale belang van granen, waren ze
zo geschokt als u zou zijn wanneer iemand u vertelde dat hij niet weet waar
zijn voeten voor dienen!
Misschien zijn wij blanken werkelijk zo blind en verstoken van instinct
als de Maya-kruidendokter – die het ”maïsgeheim”
woord voor woord uitlegde – geloofde. “Hier is het fundamentele geheim, dat wij
Indianen zouden moeten verstoppen voor u, blanken”, zei hij. “Maar in werkelijkheid
verberg je het voor jezelf. Je zou het instinctief moeten weten, maar ik
betwijfel of iemand van uw soort zo iets eenvoudigs ooit zal begrijpen!”
Gene Matlock.