Interview
Adelbert Nelissen
“MB: van individuele naar planetaire benadering”
Adelbert Nelissen
(directeur Kushi Instituut, Amsterdam), recent
geïnterviewd voor het Amerikaanse macrobiotisch tijdschrift Amberwaves
(no. 15),
spreekt met Alex Jack over sociale vraagstukken in de
wereld en welke oplossingen de macrobiotiek te bieden heeft.
Wat zijn volgens jou de
grootste maatschappelijke veranderingen in de laatste decennia?
Kinderen eten niet meer volgens de seizoenen of uit de streek (klimaat
en omgeving). Het overgrote deel eet geen ontbijt, lunch en diner samen met het
gezin. In mijn jeugd waren alle winkels dicht tussen de middag. Kleine kinderen
kwamen 12 uur ‘s middags uit school, aten een warme maaltijd en gingen om 2 uur
terug naar school. Nu krijgen ze een pauze van 20 minuten, geen warm eten en
spelen nauwelijks nog buiten. Tachtig procent van de getrouwde vrouwen waren
huisvrouw en twintig procent werkte, vandaag de dag is het precies omgekeerd.
We zijn ons meer bewust van het broeikaseffect en van vervuiling. Onze
woordenschat is toegenomen, we praten over duurzaamheid en schone
energiebronnen. Maar het aantal auto’s op onze planeet is verdubbeld en we hebben
geen idee hoe dit proces te keren. Het eten van echt voedsel is vervangen door
de hele dag door tussendoortjes eten. We geven nauwelijks nog een cent uit aan
onze dagelijkse voeding. Vroeger besteedden we vijf procent van ons bruto
nationaal product aan ziektekosten en 20-25 procent aan voedingsmiddelen, nu is
het precies andersom en over een tijdje zal het aandeel ziektekosten eenderde
zijn.
Hoe kijkt de macrobiotiek aan
tegen deze onderwerpen?
De huidige macrobiotische benadering is totaal onvoldoende. Het spreekt
voornamelijk rijke, getrouwde huisvrouwen aan en ernstige zieken. Het is
gericht op witte christelijke en joodse bevolkingsgroepen, de hoogopgeleiden,
met een over verschillende generaties teruggelopen
fysieke en mentale gesteldheid, door voeding en een zittend bestaan.
Ik kwam zojuist terug uit Roemenië, waar ik les heb gegeven. De
meerderheid van de bevolking is arm, met een gemiddeld salaris van € 100 per
maand. Ondanks de armoede eten alle Roemenen dierlijke voeding. Het is erg
ongezond, niet ecologisch en het creëert een laag bewustzijn. Iedereen wil rijk
worden. Er zijn geen natuurvoedingswinkels, alleen een paar reformzaken, die kruiden en supplementen verkopen. Veel oudere mensen
zijn erg dik. De meeste gepensioneerden zijn ziek en gebruiken medicijnen of
worden geopereerd, tegen enorme kosten voor de samenleving.
De situatie in Rusland is nog slechter. Mannen worden gemiddeld niet
ouder dan 67 jaar, vrouwen 74 jaar. Politici weten niet hoe ze de chemische
vergiftiging en straling moeten stoppen, waaraan de bevolking al sinds al sinds
de tijd van Stalin blootgesteld wordt. Om een
markteconomie te verwezenlijken, openden de Russen en Oost-Europeanen hun
grenzen voor multinationals en kwamen er meer consumptiegoederen beschikbaar,
die voor werk zorgden voor de werklozen.
Westerse ondernemers kunnen in Boekarest bedrijven starten tegen 5%
lagere kosten dan Roemenen. Omdat ze drie jaar winstcijfers moeten laten zien
en geld moeten lenen tegen 15-20% rente kunnen de lokale ondernemers nooit
concurreren. Het resultaat is dat ze moeten werken voor de buitenlandse
ondernemingen. Er is een kleine bovenklasse en een enorm grote onderklasse, maar
geen merkbare middenklasse, dus de democratie werkt niet. Stel je steden voor
in Polen, Tsjechië en Roemenië op zaterdagmiddag – je ziet niemand in de
binnenstad. Iedereen rijdt in autootjes rond in de buitenwijken, boodschappen
doend in winkelcentra. De kern van die steden bloedt dood. Ze hebben de
Amerikaanse stadsinrichting gekopieerd en een doodse betonwoestijn gecreëerd.
Hetzelfde zie je gebeuren in de Arabische wereld.
Slechts weinig macrobiotische leraren zijn erin geïnteresseerd om les te
geven in landen met zo’n zwakke economie. Vele van hen
zijn gewend om de overvoede mensen in het westen raad te geven, om voor de Hollywoodsterren
te koken, of om op luxe cruises te gaan zodat ze de gefortuneerde mensen kunnen
ontmoeten. Ze weten perfect hoe ze wortel groot of klein moeten snijden, maar
leren mensen niet om zelf hun biologische wortels te verbouwen. Wat zij vragen
voor een consult van een uur is meer dan je in Oost-Europa kan verdienen in één
maand.
“Ik heb
steeds sterker het gevoel
dat we onze macrobiotische
benadering moeten veranderen
van een individuele naar een
planetaire.”
Ik heb steeds sterker het gevoel dat we onze macrobiotische benadering
moeten veranderen van een individuele naar een planetaire.
Wat zou je graag zien gebeuren
in Roemenië?
In het ideale geval zouden schoolprogramma’s kinderen en volwassenen
moeten leren hoe granen, bonen en verse groenten geteeld en bereid moeten
worden. Iedereen zou in staat moeten zijn om pasta, tofu
en andere basisgerechten te bereiden. De natuurvoedingsbeweging in Europa is
meer gericht op de productie van biologisch vlees en biologisch veevoer. In
Oostenrijk bijvoorbeeld – het land met het grootste biologische landbouwareaal
– is 10% biologisch en daarvan wordt 95% gebruikt voor de productie van kippen,
eieren, vlees en veevoer. Tsjechië heeft 700 biologische boeren, maar slechts
een handjevol verbouwt groenten. Innovatieve biologische voedselbedrijven
zouden moeten begrijpen dat Polen, Oekraïne en Roemenië veel rijke, vruchtbare
grond hebben. Na het communisme kregen boeren hun land terug, maar ze hadden
geen geld om gereedschap of zaadgoed kopen. Ze verkopen hun grond aan grotere
ondernemingen of gaan in een fabriek werken. Polen heeft
tien miljoen boeren, maar de meeste zijn bankroet. De grond daar is veel rijker
dan de Nederlandse, maar niemand kan het zich
veroorloven om het te bewerken.
Tijdens mijn lezingen kwam ik erop hoe hier verandering in te brengen.
De Oost-Europa Bank in Brussel heeft zich ten doel gesteld projecten ten
behoeve van zelfontplooiing te financieren. Tot nu toe hebben ze nauwelijks
geld uitgegeven, omdat de meeste aanvragers geen goede ondernemingsplannen
hebben. Degenen die een professioneel plan kunnen maken, werken al voor
multinationals. In Tsjechië praatte ik met leden van het Parlement over
duurzaamheid en begreep dat ze werk verschaffen voor 100000 arme boeren. Sinds
de Venda –
de grote verschuiving van 1989 toen de Berlijnse Muur
viel – openden 400 natuurvoedingwinkels in Tsjechië hun deuren, voor 10 miljoen
mensen. Maar veel producten in deze winkels bevatten suiker en 80% van de
producten is niet biologisch. Ze verkopen geen vers brood, gebak, fruit of
groenten.
Een eetwinkel is succesvol dankzij regelmatige klandizie. Die komt als
de winkel dagelijks verse producten aanbiedt. Om boeren gemotiveerd te krijgen
moet je hen een bepaalde afzet van hun producten garanderen. Daarvoor heb je
een verdeelcentrum nodig, samen met een goed ondernemingsplan. Dit is hoe het
zou werken. Iedere boer heeft een computer en mailt iedere dag een lijst van
versgeoogste producten naar het centrale verdeelcentrum. Deze berekent de
aangeboden hoeveelheden, brengt de winkels in kennis, ontvangt orders en zorgt
voor de levering aan de winkels en de betaling aan de boeren. Enkele granen en
groenten zouden geïmporteerd moeten worden. Maar binnen enkele jaren zou een
compleet assortiment aan lokaal geteelde producten beschikbaar moeten zijn.
Oost-Europeanen vandaag de dag ontbreekt het aan gezonde, dagelijkse
basisvoeding. We moeten bakkers sturen die hen leren hoe ze suikervrije broden,
desserts en snacks moeten maken. In de vroege jaren 70 trainde ik een
internationaal gezelschap van jonge mensen in Amsterdam om zuurdesembrood, tofu, tempeh, seitan en natto en
andere natuurvoedingsproducten te maken. In de jaren 80 kwamen jonge mensen uit
Tsjechië en voormalig Joegoslavië om getraind te worden. Sommige van hen hebben
nu succesvolle bedrijven in hun land. Na westerse en Oost-Europese landen
moeten we ons nu richten op de zeer arme landen in Oost-Europa, het
Midden-Oosten en Afrika. Tofu is bij uitstek
geschikt, omdat het gezond is, zich gemakkelijk laat verwerken en het een
uitstekend alternatief vormt voor dierlijke eiwitten. Zelfs in Roemenië maken
ze tofu, maar van mindere kwaliteit, met calciumcarbonaat
en genetisch gemanipuleerde sojabonen uit de VS. Met de juiste training kunnen
zij snel omschakelen naar een tofu van hoge,
biologische kwaliteit.
En de geneeskunde in
Oost-Europa, hoe werkt dat daar?
Ik ontmoette eens een groep artsen tijdens een lang weekend aan de
Zwarte Zee en ik was verbaasd te merken hoe betrokken ze waren om anderen te
helpen. Als medici voelen zij zich niet boven andere genezers staan. De reden
hiervoor is bovenal economisch. In Oost-Europa hebben artsen niet zo’n hoge sociale status, 90% verdient niet meer dan € 160
per maand. De meerderheid is vrouw en velen hebben twee banen, zorgen voor de
kinderen en doen het huishouden. Hun medische opleiding is beperkt, dus ze zijn
vooral symptomatisch bezig. De farmaceutische industrie is lang niet zo machtig
en allesdoordringend als in de meer ontwikkelde landen in Europa of als in
Amerika. Veel artsen zoeken naar alternatieven en gaan acupunctuur en
homeopathie beoefenen. Maar daarmee kunnen ze geen chronische ziekten
behandelen, dus uiteindelijk raken ze geïnteresseerd in helen met voeding. En
weer, vanwege de economie en het ontbreken van fondsen, kunnen ze het zich niet
veroorloven naar Amsterdam of Amerika te komen om macrobiotiek te studeren.
We moeten veel programma’s ontwikkelen om ze de basis wat betreft dieet,
gezondheid en milieu te leren. We moeten anatomie en fysiologie vertalen in yin
en yang. De kernwaarheid van de macrobiotiek is dat voeding de bloedkwaliteit
verandert, en dat bloed op zijn beurt lichaamscellen, weefsels en organen
verandert. Om op effectieve wijze ziekten te voorkomen en te genezen, dient er
goede voeding geteeld te worden en beschikbaar te komen voor gewone mensen.
Ik zou graag een driejarige opleiding voor artsen en andere medische
zorgverleners willen maken. Het zou elk jaar enkele weken van intensieve studie
inhouden, met grondige theoretische studie, kooklessen en de bereiding van
medicinale gerechten en hun toepassingen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds
laat. Om dit te doen slagen hebben we veel goede leraren nodig. Er zal niet
veel geld te verdienen zijn, maar we maken wel veel vrienden. Geneeskunde is
niet zo gevestigd en machtig in Oost-Europa als in het westen.
Ook zou ik graag een educatiefonds willen opzetten om te zorgen voor een
goede keukenuitrusting voor macrobiotische projecten. En studiematerialen zijn
hard nodig. Ik bracht een enorme hoeveelheid uitstekende macrobiotische boeken
mee naar Roemenië, in de Engelse, Franse en Duitse taal. Niemand kocht ze,
omdat ze geen geld hadden. Gelukkig kocht een zakenman de boeken en zal ze
uitlenen. Handleidingen, tekstboeken en case
histories zullen vertaald moeten worden in de taal van deze landen.
Het is echt
een race tegen de klok.
Dankzij de
globalisering
verliezen landen hun wortels, hun
tradities.
Het is echt een race tegen de klok. Dankzij de globalisering verliezen
landen hun wortels. Ze ruilen hun traditionele gewoonten in voor fast food,
inentingen, pornografie en anticonceptie-pillen. Daar word ik niet vrolijk van.
Honderd jaar geleden was Roemenië self-supporting en werden er
granen en groenten verbouwd. Nu slikken ze medicijnen, eten vlees, zuivel en
geraffineerde suiker, en hebben ze het contact met de aarde compleet verloren.
De kloosters waren ooit bastions van Roemeense tradities, mensen gingen daar
naar toe voor zelfreflectie en spirituele hernieuwing. Maar ze zijn in verval
geraakt en de monniken lijden aan dezelfde biologische degeneratie als ieder
ander. Ze zijn allemaal dik tegenwoordig, lopen rond zonder prostaat en zijn
niet in staat hun huizen en kloosters te onderhouden.
Het goede is dat veel jonge mensen beseffen dat er iets mis is. Hoewel
ze verwend zijn en de American way of life willen imiteren,
geloven velen niet in kapitalisme of communisme of socialisme, maar zoeken ze
nieuwe wegen. Deze generatie heeft nog de vitaliteit en de onschuld en openheid
van geest om iets wezenlijks te gaan doen. Ze willen echt studeren en hard
werken. Het is dezelfde houding die wij hadden met macrobiotiek in de vroege
70-er jaren. Ze zijn sterker en harder dan de West-Europeanen
en de Amerikanen.
Hoe kijk je aan tegen de
rellen door jongeren van Arabische afkomst in Frankrijk en in andere delen van
Europa?
Veel mensen uit islamitische landen die in Frankrijk leven zijn niet
geïntegreerd. Ze zijn vaak goed opgeleid, maar kunnen geen werk vinden. Er is
een geweldige discriminatie tegen moslims in Europa. Hun enige sociale bescherming
is de moskee. De meeste gaan niet naar de moskee, alleen als er een festival
is. Zoals alle andere jonge mensen hebben zij grotendeels hun tradities en
afkomst vergeten. Ze negeren de zonopkomst en –ondergang. Gedurende Ramadan,
wanneer ze tot zonsondergang zouden moeten vasten, eten ze enorme hoeveelheden
voedsel van slechte kwaliteit na zonsondergang en staan ze ’s morgens op met
een slecht humeur. Aan het einde van de Ramadan vieren ze het Suikerfeest. Dat
nemen ze letterlijk en eten dus veel suiker. 80-90% van de Arabische emigranten
en tweede generatie arabieren in Frankrijk wonen in de
Banlieux,
oftewel getto’s in de buitenwijken van de grote steden. Deze Banlieux zijn van beton en net zo lelijk, somber en beangstigend als
die in Roemenië. Elke week zien we relletjes, brandstichting en groeiende
frustratie. De rellen explodeerden juist na het Suikerfeest aan het eind van de
Ramadan. Biologisch gezien was het gewoon een sugar blues explosie. Suiker is de katalysator, maar de echte oorzaak is
de dagelijkse voeding – zuivel, vlees en suiker - en medicijnen. De jonge arabieren worden gewoonweg te yang en te gefrustreerd.
Anders dan de moderne voedingswijze brengen granen en groenten mensen
voort die flexibel, helder en creatief zijn. Ze zijn in staat zelf hun toekomst
te bepalen. Met een moderne voedingswijze voelen mensen zich snel misbruikt,
verwaarloosd, en raken depressief of worden boos. Ze zien zichzelf snel als
slachtoffer. De bovenklasse eet vlees en drinkt alcohol en ontwikkelen een yange, arrogante houding. De onderklasse en middenklasse
kijken op tegen de bovenklasse. Dat is waarom de rijken oorlogen kunnen beginnen
en de armen en middenklasse voor hen kunnen laten vechten en sterven. Zo lang
de onderklasse weinig vlees eet en veel geraffineerde voeding en suikerproducten
zullen ze niet in opstand komen.
Dat is de reden waarom de Filippino’s en andere Zuid-Aziaten
zo gemakkelijk kunnen worden uitgebuit. Zij komen uit een traditionele cultuur
van weinig vlees, suiker en geraffineerde producten. Door veranderde
voedingsgewoonten zijn ze ook meer suiker en geraffineerde producten gaan eten.
Het eindresultaat is dat ze gedwongen worden praktisch als slaven de klok rond
te werken als huishoudhulp of tuinman in Singapore, het Midden-Oosten, Europa
en Amerika.
Als een vegetariër of veganist hele granen, bonen en groenten begin te
eten, inclusief gefermenteerde producten als miso, tempeh en shoyu, dan worden
ze onafhankelijk. Ze komen niet in opstand, maar gebruiken hun wijsheid om
sterk te blijven, en met zelfvertrouwen. Ze zullen waarschijnlijk veel dingen
te doen hebben en een gewoon baantje nemen of werken voor een baas is niet het
eerste waar ze aan denken. Ze vinden manieren om voor hun gezinnen te zorgen,
ze groeien en bloeien. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik heb boeren ontmoet in
Roemenië en de Derde Wereld die klaagden dat ze geen coca-cola
of andere westerse zogenaamd luxeproducten kunnen kopen. Macrobiotiek biedt een
compleet tegenovergestelde benadering. We zouden kinderen moeten leren sterk en
flexibel te zijn en creatief om hun dromen te verwezenlijken.
Wat is je boodschap aan de
Amerikaanse vrienden?
In het algemeen zouden ze zich, zoals alle westerse mensen,
niet te druk moeten maken om hun eigen gezondheidsproblemen, vooral veroorzaakt
door teveel te eten, maar meer om de honger en armoede in de wereld. Tachtig
procent van de mensen op deze aarde heeft geen toegang tot natuurlijke voeding
en schoon drinkwater, ze hebben geen geld om zaadgoed te kopen, hun grond is
gestolen door multinationals. Zij zijn hun tradities en waarden vergeten.
Macrobiotische educatie is heel nuttig - als je het gebruikt om anderen te
helpen.
Houd jezelf gezond.
Als je een
grotere droom hebt,
is er geen tijd voor
verleidingen.
Maar boven alles: houd jezelf gezond. Als je
een grotere droom hebt, is er geen tijd voor verleidingen. Dat is de reden dat
we les geven in Nederland. Onze studenten veranderen de richting van hun leven,
niet alleen hun gezondheid.
Een van mijn grootste dromen was filantroop te worden en drie jaar
geleden studeerde ik bij een non-profit organisatie aan de Universiteit van
Amsterdam. Studenten van vele organisaties uit de ontwikkelde en ontwikkelingslanden
namen deel. Iedereen hing de moderne benadering aan: ze wilden allemaal verdere
globalisering, gebaseerd op een voeding van vlees, suiker en zuivel. Hun
antwoord op de problematiek op het gebied van gezondheid en milieu is: schroef
het aantal medische hulptroepen op, en schroef het tempo van invoering van
genetisch gemodificeerde gewassen op en vertrouw op kunstmatige technologieën.
Niemand had het over biologische landbouw,
alternatieve en complementaire geneeskunst, vernieuwbare energiebronnen en hoe
mensen sterk te maken.
Mijn droom is om met een groep goedopgeleide koks, zorgverleners,
timmerlieden, constructeurs, loodgieters en anderen met basisvaardigheden naar
probleemgebieden in de wereld te gaan, zoals de Sahel landen in Afrika. We zouden
met vluchtelingen werken, die we een evenwichtige, volwaardige manier van voeden
zouden aanleren, evenals eenvoudige en natuurlijke remedies om hun ziekten te behandelen
en om hun kinderen gezond te houden. Artsen, die het project ondersteunen, zouden
onze inspanningen volgen en een filmploeg zou alles op camera vastleggen. Na
enkele jaren zouden we de film verkopen aan CNN of BBC, als een Derde Weg en de
opbrengsten gebruiken om meer van dergelijke teams te financieren, of wat zelfs
zou kunnen uitgroeien tot een Wereldgezondheidsdienst.
Het accent zou minder liggen op verlichting van lijden en honger en meer
op het realiseren van vitaliteit en het mensen laten stoppen zichzelf als
slachtoffer te zien en te klagen de rest van hun leven. We zouden hen helpen low budget ambachten te leren, voedselbereiding
en andere bedrijfjes. Een dergelijk voorbeeldproject zou gesponsord kunnen
worden door bedrijven uit de natuurvoedingswereld, Amberwaves, het Kushi Instituut van Europa, VS en Japan
en andere praktische, holistische organisaties.
Uit: Amberwaves no. 15 ©
2006
Vertaling: Peter Termars.
This interview is reprinted with
permission from Amberwaves, a macrobiotic and holistic network
devoted to preserving whole grains and other essential foods from the threat of
genetic engineering.
Published and edited by Alex Jack, subscriptions are 30 Euros/year.
Amberwaves, PO Box 487, Becket MA 01223 USA, www.amberwaves.org.