Gesprek met de laatste(?) nog levende getuige van de ontmoeting George Ohsawa - Albert Schweitzer
50 jaar na dato spoorzoeken in Günsbach
In Günsbach staat het museum Maison Albert Schweitzer. Directrice van het museum is Sonja Poteau-Müller, die in de jaren vijftig als verpleegster in het ziekenhuis in Lambarene werkte. Lambarene is de plek in Afrika waar Schweitzer zijn ziekenhuis had en waar Ohsawa hem ging opzoeken om hem te overtuigen van de macrobiotische ideeën.
Op skivakantie in de Vogezen in februari had ik de gelegenheid Günsbach en het museum te bezoeken en een gesprek te hebben met mevrouw Poteau, misschien wel de laatste nog levende getuige van de ontmoeting tussen Albert Schweitzer en George Ohsawa. De belangrijkste vragen die ik had: hoe keken Schweitzer en zijn staf aan tegen het bezoek van het Japanse echtpaar met heel eigen ideeën over gezondheid en hoe kon het dat deze twee erudiete mensen niet nader tot elkaar konden komen.
Albert Schweitzer
Albert Schweitzer was een Elzasser. Hij werd geboren in Kaysersberg (in 1875) en groeide op in Günsbach, waar zijn vader 50 jaar predikant was. Op zijn dertigste had hij al een naam opgebouwd als theoloog en filosoof en als Bach- en Goethe-kenner. Ook als organist verwierf hij roem. Met ettelijke boeken op zijn naam en een professoraat aan de Universiteit van Straatsburg leek een bestaan als academicus en wetenschapper voor de hand te liggen. Maar in plaats van een comfortabel leven in de streek die hij lief had, koos hij ervoor gehoor te geven aan zijn roeping om tropenarts te worden. Hij ging medicijnen studeren en vertrok in 1913 na zijn examen samen met zijn vrouw, die in dezelfde tijd een opleiding tot verpleegster had gevolgd, naar Lambarene aan de Ogowe rivier in Frans Equatoriaal Afrika (tegenwoordig Gabon). Op de plaatselijke protestante missiepost richtte hij provisorisch zijn eerste hospitaal in. Als Duitser in Frans gebied werd hij in WO I door Franse troepen naar Frankrijk gebracht en daar geïnterneerd. Hij zou pas in 1924 terugkeren naar Lambarene en op een nieuwe plek, 3 km stroomopwaarts een nieuw ziekenhuis bouwen. Met het geld verbonden aan de prestigieuze Goethe-prijs die hem in 1929 ten deel viel, kocht Albert Schweitzer in Günsbach een huis, waar hij later in zijn lange leven op krachten kwam tussen zijn reizen naar Afrika (14 in totaal) door. Het huis werd na zijn dood in 1965 het museum Maison Albert Schweitzer.
George en Lima Ohsawa naar Lambarene
In oktober 1955, bijna 50 jaar geleden, kwamen George en Lima Ohsawa op hun wereldreis om de macrobiotische filosofie bekendheid te geven (vooral onder vooraanstaande wetenschappers en regeringsleiders) aan in Lambarene. Daar waar de inmiddels wereldberoemde Albert Schweitzer zijn veelgeprezen werk deed als arts in zijn ziekenhuis. Schweitzer was tijdens zijn leven al een legende: hij kreeg in 1952 de Nobelprijs voor de vrede, over de hele wereld zamelden mensen geld in voor zijn levenswerk, alles wat hij schreef en zei was wereldnieuws. Ohsawa wilde Schweitzer de oosterse geneeskunst uitleggen. Hij dacht dat als hij iemand als Schweitzer hiervoor kon interesseren, dat enorme gevolgen zou kunnen hebben voor de geneeskunde en de volksgezondheid.
“I came to Lambarene to explain to him [Schweitzer] the medicine of the
Uit: Macrobiotics, the way of healing – G. Ohsawa (1963)
Een briljante gedachte, en de timing was perfect: Schweitzer stond op 80-jarige leeftijd op het toppunt van zijn roem en er verschenen films, boeken en artikelen van hem en over hem aan de lopende band.
De ontmoeting
George Ohsawa had zich veel van de ontmoeting voorgesteld. Toen hij in 1948 vanuit zijn centrum in Japan de nieuwsbrief World Government (over een te vormen wereldregering en het oplossen van de problemen op deze aarde) rondstuurde naar meer dan honderd prominente figuren, kreeg hij slechts van één persoon antwoord: van Albert Schweitzer, die hem uitnodigde om naar Lambarene te komen.
Als hij in 1955 per brief zijn bezoek aan Lambarene aankondigt, wordt er een bericht teruggestuurd, dat zijn bezoek ongelegen komt, omdat het gastenverblijf vol zit. Dit bericht heeft Ohsawa niet bereikt, Lima en hij zaten al op de boot naar India. Het heeft tot gevolg dat Lima en hij uit plaatsgebrek eind december op de missiepost, een paar kilometer stroomafwaarts, daar waar Schweitzer in 1913 zijn eerste hospitaal begon, worden gehuisvest.
In zijn boek Macrobiotics, the Way of Healing (voorheen Cancer and Philosophy of the Far East) doet Ohsawa gedetailleerd verslag van zijn verblijf in Lambarene. Ze worden toch hartelijk welkom geheten, door “Miss Emma” (Emma Hausknecht, secretaresse van Schweitzer), over wie Ohsawa opmerkt dat ze in een slechte lichamelijke conditie is. In januari vertrekt ze - uitgeput - naar Europa om daar enkele maanden later te overlijden. Het tropische klimaat (heet en vochtig) trekt een zware wissel op de blanke, overwegend Europese staf. De locale, zwarte bevolking lijdt volgens Ohsawa vooral omdat ze meer en meer de extreme voedingsgewoonten (alcohol, suiker!) van de blanken overnemen. Dat de Europeanen hun voedingsgewoonten niet aanpassen aan de tropische omstandigheden is volgens Ohsawa de grootste oorzaak van hun lichamelijke ongemakken, hun verblijf in Lambarene tot een uitputtingsslag makend. Ook Schweitzer en zijn vrouw reizen iedere keer (behalve gedurende de oorlogsjaren) na een verblijf van maximaal drie jaar terug naar Europa om op krachten te komen, maar ook om orgelconcerten en lezingen te geven en boeken te schrijven die fondsen genereerden voor zijn ziekenhuis (de meeste patiënten hoefden niets te betalen).
Westerse mentaliteit
Waarom werd hun ontmoeting een mislukking?
Qua levenskracht, werklust, belezenheid en genialiteit deden Schweitzer en Ohsawa niet voor elkaar onder.
We weten hoe Ohsawa de ontmoeting beleefd heeft. Het hoofdstuk van eerdergenoemd boek waarin Ohsawa zijn ervaringen in Lambarene beschrijft, heet: “Does Dr. Schweitzer represent the western mentality?” . Hij beantwoordt die vraag bevestigend, nadat hij Schweitzer niet heeft kunnen interesseren voor de wonderbaarlijke eenvoud en doeltreffendheid van de oosterse geneeskunst. Terwijl hij er alles aan gedaan heeft:
Schweitzer zei dat hij het boek van Ohsawa gelezen had (maar volgens Ohsawa had hij het niet begrepen). En hoewel Schweitzer zag dat Ohsawa zichzelf van een ongeneeslijke ziekte genas, was hij er niet in geïnteresseerd hoe deze dat had gedaan.
Blanke superioriteit
Wat was hier aan de hand? Een rol speelt volgens mij het bekende patroon in het westers-medisch denken: Ohsawa’s genezing paste niet in het denkraam van Schweitzer en dus ontkende hij het - bewijs, uitleg en boek domweg negerend.
Het denkraam van Schweitzer bestond hieruit dat de westerse geneeskunde het monopolie heeft op behandeling en genezing van ziekte. Alle genezingen die zich buiten dit speelveld voltrekken krijgen het predikaat “spontane genezing” (zoals nog steeds het geval is). Daarnaast was in het koloniale tijdperk na de grote ontdekkingsreizen in Afrika de suprematie van de blanken met hun medische kennis ten opzichte van de inboorlingen een vanzelfsprekendheid, dat was Schweitzer van huis uit met de christelijke paplepel ingegeven.
“Mijn leerstoel aan de universiteit te Straatsburg, mijn orgelspel en mijn literair werk liet ik varen om als arts naar aequateriaal Afrika te gaan. Hoe kwam ik daartoe? Ik had over de lichamelijke ellende der inboorlingen in de oerwouden gelezen en van zendelingen er veel over gehoord. Hoe meer ik er over nadacht, des te onbegrijpelijker kwam het mij voor, dat wij Europeanen ons zo weinig bekommeren over de grote humanitaire taak, welke in die verre streken voor ons is weggelegd. De gelijkenis van de Rijke Man en de Arme Lazarus scheen mij op ons toepasselijk te zijn. Wij zijn de Rijke Man, omdat we door de vooruitgang der medische wetenschap een ruime kennis en allerlei middelen beschikken tegen ziekte en pijn. De onmetelijke voordelen, die deze rijkdom ons schenkt, aanvaarden we als iets, dat van zelf spreekt. Ver weg, in de koloniën echter, zit de arme Lazarus, het volk van negers, dat aan ziekte en pijn even goed, ja nog meer onderhevig is dan wij en geen middelen kent om die te bestrijden. Zoals de Rijke Man onnadenkend zondigde tegen de arme aan de deur, daar hij zich niet in diens toestand verplaatste en zijn hart niet liet spreken, zo doen ook wij.”
(Uit: Lambarene, mijn werk aan de zoom van het oerwoud – Albert Schweitzer, 1955)
Schweitzer beschrijft in zijn boeken enthousiast hoe hij de arme negers, die niets hebben, behalve hun bijgeloof, met de nieuwste medicijnen van hun kwalen af kan helpen en hoe dankbaar ze hem, Le Grand Docteur, daarvoor zijn.
Bezoek aan het museum
Van alle kanten gelauwerd en bewierookt, komt aan het eind van zijn leven een Japans echtpaar in Lambarene aan met totaal andere ideeën over voeding en geneeskunde. Ik was zeer benieuwd hoe Schweitzer en zijn staf tegen dat bezoek aankeken. Ik had voor de skivakantie al gemaild met het secretariaat van het museum met de vraag of er in de archieven documenten of getuigen terug te vinden zijn van het bezoek van Ohsawa aan Lambarene. Ik kreeg het volgende antwoord:
Sehr geehrter Herr Termars,
Herr und Frau Ohsawa waren im Albert Schweitzer Spital in Lambarene als Besucher Januar 1956. Herr Ohsawa war krank und wohnte auf der Mission (evangelische), auf Kosten von Dr Albert Schweitzer. Weiter haben wir keine Unterlagen im Archiv. Verschiedene Artikel von Ohsawa, die wir zu lesen bekamen waren der Wahrheit weit entfernt.
Mit freundlichen Grüssen
Maison Albert Schweitzer Gunsbach
De kloof
Niet al te bemoedigend, de kloof die er 50 jaar terug was, bleek goed geconserveerd te zijn gebleven. Reden te meer om naar Günsbach te gaan om te zien of zoveel jaar later, in een ander tijdperk de kloof overbrugd kon worden. Günsbach is een pittoresk dorpje op de weg van Gerardmer naar Colmar. Er is een wandelroute is uitgezet die leidt langs alle memorabele plekken die Günsbach verbindt met zijn beroemdste zoon: het parochiehuis, de lagere school waar hij op zat (nu: Afrikaans museum), de kerk waar hij al op 8-jarige leeftijd de organist verving tijdens de kerkdiensten van zijn vader, het familiegraf waar zijn ouders en zusters begraven liggen, zijn standbeeld op de bergrug waar Günsbach tegenaan gebouwd is, op zijn lievelingsplek met prachtig uitzicht over het dal en natuurlijk het Albert Schweitzer Museum, waar zijn werkkamer er precies zo uitziet als na het laatste verblijf van Schweitzer in 1959 (hij is in Lambarene gestorven en begraven).
In het museum kreeg ik een uitgebreide rondleiding en aan het eind ervan vertelde ik de gids van mijn correspondentie met het secretariaat over Ohsawa. Ze wist er niets van, maar haalde de directrice erbij, Frau Poteau dus. Deze dame liep met opgestoken veren naar me toe en zei: “Ohsawa, hè, weet je wel dat die in Zweden of Denemarken een proces aan zijn broek kreeg, nadat een door hem behandelde patiënt was overleden?” Een evenmin al te bemoedigend begin, ik ging er maar niet op in, maar vroeg haar of ze wist hoe er destijds in Lambarene gedacht werd over het bezoek van Ohsawa. Tot mijn verrassing zei ze dat ze er toen ook was en zich het bezoek nog goed kon herinneren.
Ohsawa kwam volgens haar over als een barse man, die de voeding in het ziekenhuis wilde veranderen, die achter de rug van Schweitzer en andere artsen om patiënten ging behandelen, wat niet altijd goed ging en die uiteindelijk ernstig ziek werd. Schweitzer maakte zich grote zorgen om hem, maar hij was ook ontstemd, omdat Ohsawa zich tegen zijn orders in niet beschermd had tegen infectieziekten. Schweitzer stuurde een paar keer een arts naar de missiepost, die Ohsawa met westerse medicijnen er weer bovenop kreeg.
Frau Poteau was duidelijk in de verdediging, maar omdat ik niet de confrontatie met haar aanging kalmeerde ze en werd het een echt gesprek. Ze vroeg me wat deze ‘macrobiologie’ nu eigenlijk was, ze wees me er fijntjes op dat Schweitzer met al zijn tropenjaren wel negentig geworden was, dus dat er met zijn voeding toch niet veel mis kon zijn. Ze was wel verbaasd te horen dat Ohsawa nog tien jaar een zeer actief leven geleid had na zijn ziekte. Ze zou de archieven nog eens nazoeken op correspondentie en op het manuscript dat Ohsawa Schweitzer gegeven had, dan zou ze me kopieën ervan opsturen.
Natuurlijk moeten we bij de verklaring van Frau Poteau bedenken dat haar belangrijkste taak is de bescherming van de erfenis van Albert Schweitzer en het icoon van onbaatzuchtige naastenliefde dat hij voor veel mensen nog steeds is. Alle gebeurtenissen die dat beeld zouden kunnen aantasten worden begrijpelijkerwijs niet graag voor het voetlicht gehaald.
Kritische kanttekeningen
Er werden niettemin sinds de dood van Schweitzer al veel kritische kanttekeningen geplaatst bij zijn ‘heiligverklaring’.
Uit: De regenvogel – Jan Brokken (1991)
Verder is er geen reden aan te nemen dat Ohsawa’s verslag van de gebeurtenissen onjuist is (hoewel het wel zijn beeld van de werkelijkheid is).
Waar is het fout gegaan?
Dan nu opnieuw de vraag: waar is het fout gegaan? Zelf denk ik dat communicatie hier het sleutelwoord had kunnen zijn. Echter: Ohsawa geeft in zijn boek toe dat zijn Frans tekort schoot om zich tegenover Schweitzer verbaal adequaat uit te drukken.
“He [Schweitzer] sermonizes. Being very yin by birth, I remain silent, listening. A long sermon … Each time I try to interject a comment, I am overwhelmed. I wish to tell him that it is our duty to teach millions upon millions of Africans how to maintain the superb health their forefathers enjoyed, without medication, and how to cure themselves, since they are poor, without recourse to expensive drugs. But this is out of the question. I want to warn the doctor that almost all the Africans I have met either at the hospital or outside the compound are more or less against him. They are suspicious and rebellious because the number of patients constantly increases. Once hospitalized, patients are not freed for the rest of their lives. Instead, maimed, mutilated, limbs amputated, they remain prisoners. Several have been hospitalized for more than three, five or seven years. They can no longer get out.
In vain. There is nothing I can do with my poor knowledge of French.”
Uit: Macrobiotics, the way of healing – G. Ohsawa (1963)
Dus probeerde hij op andere manieren Schweitzer te overtuigen en hoe ver is hij daarin gegaan ….
Een ander punt: educatie, Ohsawa wilde Schweitzer iets uitleggen, maar daarvoor is een welwillende opstelling van de ander voor nodig, een opstelling als student, iemand die iets aan wil nemen. Ik vermoed dat zo’n opstelling voor Schweitzer teveel gevraagd was, omdat:
Met geduld, liefde en respect
Het is onweerstaanbaar te filosoferen over de vraag in hoeverre de macrobiotiek gemeengoed zou zijn geworden als de mannen uit oost en west elkaar werkelijk ontmoet hadden. Het thema dat toen speelde is nog steeds actueel, misschien kunnen we ervan leren.
George Ohsawa was met zijn denkbeelden een revolutionair, zijn tijd ver vooruit. Hij heeft gezaaid in schrale aarde, wetende dat de tijd van oogsten pas veel later zou komen. Maar de tijd staat niet stil, in vijftig jaar is de aandacht voor en het bewustzijn over voeding en gezondheid enorm gegroeid. Ik denk dat als we met geduld en liefde de her en der bestaande en opkomende plantjes (gesprekken, initiatieven, bijeenkomsten, studiedagen, kooklessen, etc.) blijven verzorgen en met respect andersdenkenden blijven bejegenen, macrobiotiek op enig moment zal samenvallen met de tijdgeest en uit de periferie naar het centrum zal komen.
Peter Termars, reacties welkom op: appetijt@planet.nl.