Reisverslag
India: impressies van platteland en Ashram
Vorig jaar was ik ook in India:
samen met een antropoloog zeven weken kris kras door het hele land. Toen had ik
ook een potje umeboshipruimen bij mij als steun en
toeverlaat bij maag- en darmproblemen. Als ik last kreeg van diaree was een dag
met extra umeboshi en rust voldoende om er weer snel van af te zijn.
Het verschil met dit jaar is
echter dat ik nu voor de eerste keer zwanger ben. Ik was al drie maanden
zwanger toen ik op reis ging. De eerste drie maanden van mijn zwangerschap
waren prima verlopen: nauwelijks misselijk, alleen wat extra vermoeidheid. Mijn
conditie was dus goed genoeg om een reis naar India aan te durven. Met de goede
ervaringen met umeboshi in geval van diaree nog in mijn achterhoofd zag ik geen
problemen.
Wat ik echter niet verwacht had was dat ik door mijn zwangerschap zoveel
extra gevoelig op het Indiase voedsel zou reageren. Na een dag of vijf begon
het al: een nacht lang overgeven, ‘s ochtends diaree en drie dagen geen voet
voor de andere kunnen zetten vanwege de
krachteloosheid. Ik kon niets meer binnen houden, behalve - je raadt het al –
bronwater met umepasta (de umeboshi was wederom mijn
redding).
Helaas bleef het niet bij deze ene keer en werd
ik een week later nog een keer zo ziek. We waren in vieze steden (Varanasi en Haridwar) en dit zal
er zeker toe bij gedragen hebben.
Indiase platteland
Tijdens de treinreizen reden we door talloze landbouwdorpjes. De
mosterdvelden stonden helder geel te bloeien, de tarwe stond nog fris groen en
jong op het land (februari/ maart: het noorden van India rondom de vruchtbare Ganges-delta is meer geschikt voor tarwe. Om groene
rijstvelden te kunnen zien moet je een stuk zuidelijker in India zijn of net na
de moesson terugkomen). De herinneringen aan de reis van vorig jaar werden weer
in mij wakker geroepen: toen reisde ik ook veel met de trein terwijl mijn
reisgenoot met het vliegtuig ging. Ik genoot toen en nu weer van de
geleidelijke veranderingen in het landschap, het klimaat, de mensen die in en
uit stapten en de geuren en kleuren
In een klein boerendorpje in Orissa (Oost
India, aan de kust) zag ik vorig jaar manden met graanvoorraad van zo’n twee meter hoog in de lemen huisjes staan. In een van
die manden vond ik rijst met het harde oneetbare schilletje er nog omheen.
Daaronder was de rijst bijna wit: er bestaan blijkbaar rijstsoorten die van
zichzelf al blank zijn zonder gepolijst te zijn. Bijna in heel India wordt
witte gepolijste rijst gegeten omdat dat als een teken van rijkdom wordt
beschouwd: helaas zijn ze er zich niet van bewust dat ze juist de rijkdom weg
gooien.
In een ander dorpje in Madya Pradesh (midden India) mocht ik in een “keuken” kijken. Het
fornuis bestond uit een hoefijzervormige verhoging van leem waar je een ketel
bovenop kon zetten en waaronder je een boomstam kon schuiven om aan te steken.
Er was geen schoorsteen en geen raam dus binnen de kortste keren stond het
blauw van de rook die zich tussen de kieren van het dak een weg moest zien te
vinden. Veel mensen in India hebben longproblemen hierdoor.
Verder lagen er twee platte ronde stenen van zo’n 50 cm. doorsnede waarvan de
bovenste een gat in het midden en een houten handvat had. Er werd graan in het
gat gegoten en aan het handvat gedraaid waardoor de stenen in beweging kwamen
en het graan vrij grof gemalen werd.
Het enige wat er verder in het huisje aanwezig was, waren wat kleren en
gewatteerde dekens die over de balken heen hingen. Andere meubels of stoffering
waren er niet. Het “bed” (een houten frame overspannen met touwen) stond buiten
en fungeerde als bank. In dit klimaat speelt het leven zich voornamelijk buiten
af.
Waterhuishouding- en droogteproblemen
De antropoloog met wie ik op reis was hield zich voornamelijk bezig met
de waterhuishouding in en om dit soort dorpjes. Tijdens een wandeling in de
omgeving werd ons getoond wat de plaatselijke bevolking had gedaan om het water
in dit droge klimaat beter vast te houden. Ze hadden richels op de bergen
gemaakt en daar (vrucht)bomen op gezet en ze hadden allerlei andere grassen en
kruiden geplant. Ze hadden dammen gebouwd in de rivier: er was een stuwmeertje
ontstaan waardoor er twee dorpen het hele jaar hun vee konden laten drinken en
hun velden konden irrigeren. Vaak betekende dit ook een tweede oogst in het
jaar met extra inkomsten en daardoor minder armoede.
We zagen tijdens deze wandeling een prachtige watermolen die
voortbewogen werd door een os die aan een groot rad in het rond liep. Het rad
was via tandwielen verbonden met een serie kruiken die water omhoog haalden uit
een put. Het hele bouwwerk was volledig gemaakt van hout en zat zodanig in elkaar
dat het ook voor ons gemakkelijk in beweging te krijgen was (tot grote
hilariteit van de Indiërs).
10
Het grootste probleem
op het platteland is ontbossing, erosie en daardoor steeds grotere droogte. Wat
mij verbaasde was dat de mensen ondanks hun problemen met droogte toch gewoon
doorgaan met bomen kappen voor brandstof terwijl er zo gemakkelijk
alternatieven te vinden zijn (wat je in heel India veel ziet is het drogen van
koeienmest voor brandstof, zie foto).
Het verband tussen ontbossing en droogte is zo gemakkelijk in te zien
maar toch moet er iemand van buiten komen om hen erop te wijzen en oplossingen
aan te dragen. De antropoloog verklaarde dit door te zeggen dat de mensen nog
niet zo lang geleden in de wouden en bossen leefden en daar alles konden vinden
en nemen wat ze nodig hadden. Het Westerse denken en handelen is echter zo snel
over het land heen gespoeld dat het bewustzijn van de Indiërs niet mee kon
groeien. Ze gooien nog steeds al hun afval op de grond zoals dat kon met het
plantaardige afval in de oerbossen. In een bos composteert plantaardig afval
maar plastic doet dat niet.
Gelukkig in
de dorpsgemeenschap
Het meest indrukwekkende van deze agrarische dorpsgemeenschappen was dat
de mensen er gezond uitzagen, kracht uitstraalden en blijmoedige vonkjes in hun
ogen hadden. Door onze gesprekken met de mensen kwamen we er achter dat het
belangrijkste in hun leven het geluk van de hele gemeenschap als groep is. Dit
komt het meest tot uitdrukking in de feesten die ze samen vieren. Hoe lijnrecht
staat dit tegenover onze geïndividualiseerde samenleving.
Verder zijn water (zonder water geen leven), gezondheidzorg en onderwijs
voor deze mensen van cruciaal belang.
Het was voor mij als Westerling een intense belevenis om te zien hoe het
leven in duizenden jaren niet veranderd lijkt te zijn: landbouwgemeenschappen
zonder elektriciteit en leidingwater, rechtstreeks afhankelijk en daardoor
verbonden met de natuur, met de meest eenvoudige middelen maar met pretlichtjes
in hun ogen.
Dit is natuurlijk het geromantiseerde plattelandsleven. De andere kant
hebben we ook gezien. Als de aarde door ontbossing, erosie en droogte niet meer
kan geven wat er nodig is en je daardoor als boer geld moet lenen tegen
woekerrentes waar je je leven niet meer van af komt!
Dat voelde voor mij als schrijnende armoede.
Of organisaties voor ontwikkelingssamenwerking die stuiten op geweld
omdat ze de armste mensen en vrouwen helpen en daardoor de vertrouwde orde
verstoren. Je moet behoorlijk sterk in je schoenen staan en goed weten waar je
aan begint in dit soort situaties. Ook al wil je vanuit de beste bedoelingen
helpen, het kan je je leven kosten in het meest
extreme geval, maar in ieder geval veel negatieve reacties oproepen.
We zouden zo graag het oorspronkelijke leven van de oerbevolking wil
behouden omdat wij vanuit onze ervaringen in het van de aarde vervreemde Westen
zien hoeveel vitaliteit en levensvreugde je kunt
verliezen. Maar de bevolking van deze oergemeenschappen willen niet
geconserveerd worden. De jongeren zijn geobsedeerd door de verlokkingen van het
Westen en beseffen niet hoeveel rijkdom ze hebben.
Retraite in
de Ashram
Tijdens de laatste twee weken van de reis in dit jaar waren we in een Ashram (een religieuze gemeenschap) waar we een
stilteretraite hebben gehouden met veel meditatie en mantrazang. De plek was
prachtig: vlak aan een schone en bruisende Ganges
(nabij Rishikesh-Noord India), midden in de bergen,
weinig verkeer of andere bebouwing. Er waren geen douches: we badderden in een
zijrivier van de Ganges. En er was maar een paar uur
elektriciteit per dag – opgewekt door een oorverdovende generator.
De kamers hadden alleen maar twee houten bedden met matras als meubilair
en er hingen wat haken aan de muur waar je je kleren
aan op kon hangen. De omstandigheden waren dus uiterst basaal maar dat vond ik
heerlijk na al die viezigheid in de steden: geen uitlaatgassen vermengd met
voortdurend lawaai van verkeer en claxons maar schone berglucht en het geruis
van de Ganges op de achtergrond.
Het eten was ook een stuk beter als in al die hotels en restaurants waar
ze zo goed hun best doen dat er bijna altijd teveel scherpe kruiden in zitten.
In de Ashram ontbeten we met havergruttenpap
waar ik mijn zakje instantmiso in oploste in plaats
van appel, banaan en suiker die er aangeboden werden. ‘s Middags en ‘s avonds
waren er volledige maaltijden: basmatirijst, dhal (peulvruchten, meestal linzen), verse groenten, chapatis (tarwepannenkoekjes), limoenpickles en
soms lichtgezouten komkommer of daikon. Het was lichtelijk eentonig omdat de
variatie allen tot uiting kwam in de keuze van de groenten maar verder
verbaasde ik mij er over hoe dicht deze maaltijden de macrobiotische maaltijden
benaderen. Verder werd er erg weinig zuivel gebruikt. Soms wat paneer (verse
heel jonge kaas) of raita (een soort hartige
yoghurtsaus). Toetjes waren er niet behalve op feestdagen want dan was er zoete
rijstepap.
Door de lemonpickle was mijn behoefte aan
umeboshi verdwenen. Behalve de pickles en de rauwe groene pepertjes die er
uitgedeeld werden, was het eten heel mild gekruid.
In deze schone omgeving en met dit heerlijke voedsel voelde ik mijn
vitaliteit van dag tot dag terugkeren.
Je bent niet
je denken
De meditaties tijdens de retraite hebben mij bewust gemaakt van mijn
eigen denken en ook van het Westerse denken in het algemeen.
Het was een enorme herrie in mijn hoofd die zich vooral kenmerkte door
niet willen zijn waar ik was op dat moment: “hoelang moet ik hier nog
zitten…mijn knieën doen pijn…ik wil naar buiten…ik heb
geen zin meer…”, etc. Ik werd er door één van de retraiteleiders op attent
gemaakt dat dit het kenmerk is van het denken, dat het denken zo werkt. Het
denken maakt voortdurend scheiding tussen het een en het ander. En het is nooit
in het nu omdat het zich baseert op ervaringen in het verleden. Het kan je
helpen om onderscheid te maken, te categoriseren, ervaringen te ordenen, te
kunnen kiezen tussen wat goed werkt en wat niet. Dit zijn de positieve kanten
van het denken maar de negatieve kanten (de andere zijde van dezelfde medaille)
zijn het (ver)oordelen, het zwart-wit denken, het discrimineren, buitensluiten.
De gevoelens die dit soort denken oproept zijn agressief van aard. In mijn
geval uitten ze zich door destructieve gedachten naar mijzelf en anderen toe:
“dit kan ik niet…ik leer het nooit…wie heeft dit in vredesnaam bedacht…”, etc.
Als je je door meditatie sterk bewust wordt
van wat er zich allemaal in je hoofd afspeelt en wat voor soort emoties dit
oproept kan dat enorm pijnlijk zijn. Als je je
identificeert met het denken zoals we dat in het Westen gewend zijn dan geloof
je dat je zo bent, dat je hele wezen bestaat uit scheidende gedachten en de
agressieve gedachten die daaruit voortvloeien. Mediteren kan op die manier een
afdalen in de hel worden. Maar als het lukt om de gedachten en gevoelens
slechts als een onderdeel van je hele wezen te zien en niet als je complete
zijn dan kan er een gevoel van rust, liefde en heelwording naar boven komen.
Dat is wat je in wezen bent. Je bent niet je denken (hoe belangrijk vinden we
de intellectuele ontwikkeling hier in het Westen. Hoe beter je presteert op dat
niveau, hoe hoger je cijfers zullen zijn, hoe hoger je salaris en hoe meer
waardering je krijgt) en je bent niet je gevoelens maar je bent in wezen een
(met alles).
Het werd mij duidelijk hoe zeer ik in mijn denken verankerd zit en hoe
zeer ik vastzit in het zwart-wit mijzelf en de ander
veroordelende denken. Dit was pijnlijk om te beseffen. Maar het was en is nog
steeds een enorme opluchting om te ervaren dat dit ook los gelaten kan worden.
Steeds weer opnieuw -met vallen en opstaan-
door mij tijdens in te stellen op de heelheid. Alleen maar door er te zijn op
dat moment, waar te nemen zonder mij eraan vast te hechten. Dat is alles. Heel
simpel, ook heel moeilijk, maar zo effectief!
Mirjam Uijleman