Persoonlijk relaas

Genezen van borstkanker met MB

 

Dit is het indrukwekkende verhaal van Alicja Kirkor-Kowalska, een Poolse moeder, bij wie borstkanker wordt geconstateerd en die hier haar weg beschrijft door het reguliere medische circuit, met chemokuren, bestralingen, en alle bijwerkingen, zowel fysiek als geestelijk, van dien. Ze beschrijft zeer helder en feitelijk hoe deze weg haar op het randje van de dood bracht en ook hoeveel pijn, angst en onzekerheid het met zich meebracht. Net op tijd vond ze de macrobiotische weg naar genezing, met behulp van de adviezen van Adelbert Nelissen.

 

De ontdekking

Op een avond in januari 1998 voelde ik, terwijl ik aan het douchen was, een hard knobbeltje aan de buitenzijde van mijn rechterborst. Ik weet nog dat ik dacht: “Hoe kan het dat ik dit niet eerder heb gevoeld? Het is zo hard en groot!” Vreemd genoeg was ook tijdens mijn laatste borstonderzoek in het ziekenhuis, in december 1997, niets bijzonders aan het licht gekomen.

Ik was 42 jaar, getrouwd met Adam en onze zoon Marek was 8 jaar toen.

Ik had drie jaar voor een Duitse handelsfirma in Warschau gewerkt, eerst als verkoper, later als verkoopmanager. Het was hard werken, maar ik was dol op mijn werk. Ik hield van het opwindende gevoel van het winnen van deals, het tekenen van contracten, soms na maanden onderhandelen. Ik was verantwoordelijk voor verkoopresultaten en ik genoot van ieder succes. Ik werkte ook in de weekends, papierwerk afhandelen, waar ik doordeweeks geen tijd voor had.

Nu ik terug denk aan die periode weet ik dat ik te hard werkte, me tegelijkertijd schuldig voelend dat ik mijn zoon verwaarloosde. Ik luisterde niet naar mezelf en naar mijn intuïtie, dat me waarschuwingen gaf.

Al enige jaren had ik te kampen met ernstige griepaanvallen, die soms met antibiotica werden behandeld. Ook was ik constant uitgeput. Ik kwam tot een punt dat ik alleen nog maar kon denken aan werk, verkoopresultaten en het halen van de jaarlijkse of maandelijkse targets. ’s Ochtends haastte ik me naar mijn werk en ’s avonds kwam ik totaal gesloopt thuis.

In de herfst van 1997 wist ik al dat er iets misging in mijn lichaam, ik wist nog niet wat het was, maar dat wat nog restte aan intuïtie gaf aanwijzingen.

 

Diagnose: kanker

Enfin, de morgen nadat ik het knobbeltje ontdekt had, liet ik een mammogram maken. De arts bekeek het knobbeltje en raadde een biopsie aan. Ik herinnerde me de dag dat ik terugging naar het ziekenhuis om de uitslag van de biopsie te horen. Ik verwachtte geen slecht nieuws, ik kwam alleen, ik was er zeker van dat het een routineonderzoek was geweest. De vrouw gaf me een stuk papier met daarop de biopsie uitslag. Ik keek er naar en zag twee woorden: “cellulair carcinoom”. Ik hoefde niet te vragen wat het betekende. Ik wist wat carcinoom betekende, twee jaar geleden was mijn moeder aan longkanker overleden.

In een seconde voelde het alsof ik in een andere wereld kwam, mijn leven stortte in, was voor altijd veranderd. Ik begon te huilen, ik belde Adam, die gelijk naar me toekwam. We waren geschokt. In de auto moesten we allebei huilen, ons zorgen makend om Marek, onze toekomst en de tragedie, die ons gezin zo plotseling had getroffen.

De oncoloog-chirurg die we de volgende dag raadpleegden, adviseerde operatie, met de toevoeging: “hoe eerder hoe beter”. Eind februari onderging ik mastectomie (amputatie) van mijn rechterborst en lymfeklieren in mijn rechteroksel.

 

De uitslag van het cytologisch/histopathologisch onderzoek was: invasief lobulair carcinoom, invasief ductaal carcinoom, multifocaal. Metastases (uitzaaiing) in lymfeklieren. Er waren in mijn borst drie tumoren gevonden, van 2,3 cm, 1,5 cm en 0,2 cm.

De oncoloog raadde me aan te beginnen met chemotherapie om verdere uitzaaiing te voorkomen.

 

Lijdensweg

Begin maart, enkele dagen na de operatie, begon ik met chemotherapie. Tot de bijwerkingen behoorden: totale haaruitval binnen drie weken, misselijkheid, hartkloppingen, algehele zwakte en door medicijnen vervroegde menopauze. Mijn huid werd geel en droog, ik werd depressief, en mijn vitaliteit verdween. Er waren dagen dat ik alleen maar dood wilde, om die nachtmerrie maar te kunnen beëindigen. Ik kon het verlies van mijn borst niet accepteren. Het beeld van mezelf in de spiegel: het litteken op de plaats van mijn rechterborst, een hoofd zonder haar. Om te overleven begon ik met meditatie en visualisatie. Dat hielp me.

Maar in de maanden die volgden werd het duidelijk dat er geen eind gekomen was aan de behandelingen. Eind juli, na de 7e chemokuur, voelde ik een soort knobbel in het littekenweefsel. De chirurg zei me dat dat waarschijnlijk uitzaaiing naar de huid was en verwijderde de knobbel. Histopathologie bevestigde de aanwezigheid van kankercellen. Mijn oncoloog adviseerde bestraling. Ik onderging zes weken bestraling. In november, bijna een jaar na de diagnose, voelde ik me zwak en uitgeput. Bot-scans, röntgenfoto’s en mammogrammen lieten geen veranderingen zien in de metastase. Ik wilde dolgraag weer terug naar het “normale” leven, alsof er niets gebeurd was.

In de volgende anderhalf jaar werkte ik en bezocht mijn oncoloog regelmatig. Ik werd regelmatig onderzocht, en het leek erop dat de ziekte voorgoed was verdwenen.

 

Verdere uitzaaiingen

Plotseling, in mei 2000, bracht een CT-scan kankercellen in de longen en vergrote lymfeklieren van het mediastinum (weefsel tussen beide longen) aan het licht. Ook een MRI-scan en een botscan van het beenderstelsel gaven veel veranderingen te zien in de botten: ik had kankercellen in borstbeen, ribben, ruggengraat, heiligbeen, heupbot en linkerheupgewricht. We waren geschokt.

 

De oncoloog adviseerde chemotherapie. Eind juni 2000 startte de chemotherapie en het duurde tot eind december. Al in september waren mijn longen vrij van kankercellen, maar mij werd gezegd door te gaan met de therapie tot december, om op safe te spelen. Ik herinner me dat ik tijdens het chemo-infuus van begin december het gevoel had te sterven. Ik was zeer verzwakt, ik voelde me ontzettend machteloos en wanhopig. Ik had het gevoel dat het binnen enkele dagen met mij gebeurd kon zijn. Ik keek uit naar het einde van de chemotherapie, hopende dat mijn lijdensweg ten einde zou zijn.

 

In februari 2001 kwam de volgende ronde: botpijn. Ik begon pijnstillers te slikken. Zonder pillen werd ik door de pijn constant herinnerd aan de kanker in mijn lichaam en was ik constant aan het piekeren over mijn ziekte.

In april begonnen de problemen met bewegen: lopen, staan, zitten was pijnlijk. Thuis gebruikte ik kussens op mijn stoelen om mijn rug te ondersteunen. Onder het lopen leed ik pijn aan mijn heupen, rug en benen. Staand had ik pijn in mijn onderrug. Wanneer ik naar een hoge plank reikte om iets te pakken had ik pijn in mijn sleutelbeen, enz, enz. Het ging alleen maar slechter en slechter. Ik realiseerde me dat het niet lang meer zou duren, voordat ik een korset zou moeten gaan dragen. En vervolgens in een rolstoel terecht zou komen en uiteindelijk in bed zou eindigen.

De artsen vertelden me dat ik ongeneeslijk ziek was en in de terminale fase.

 

Macrobiotiek: hoopgevende verhalen

Ik wist nu zeker dat de reguliere geneeskunde me niet kon genezen en dat ik elders hulp moest zoeken. Ik herinnerde me dat ik enige tijd daarvoor een artikel over macrobiotiek had gelezen in een Pools maandblad. Ik vond het blad met het artikel. Het ging over een gezonde leefwijze en mensen met kanker die zich de macrobiotische leefstijl eigen maakte, genazen. Er stond een foto bij van Adelbert Nelissen en een kort interview met hem. Ik ging achter de computer zitten en zocht op het internet naar informatie over macrobiotiek. Als eerste vond ik de website van het Kushi Instituut in Amerika. Op de hoofdpagina stond het verhaal van een vrouw die zich had genezen van kanker in een gevorderd stadium, dankzij de macrobiotische eet- en leefwijze. Deze en andere verhalen op de website waren zeer ontroerend en leken voor mij op sprookjes. Ik geloofde ze. Terwijl ik aan het lezen was over de macrobiotische eet- en leefwijze en de filosofie, wist ik dat het geen onzin was. Dit was echt wat ik nodig had.

Toen kwam ik bij de website van het Kushi Instituut van Europa. Ik herinner me dat het zondag 22 juli 2001 was.

De volgende ochtend belde ik het Kushi Instituut. Ik legde kort mijn gezondheidsprobleem voor en vroeg om een afspraak met dhr. Nelissen. Op woensdagochtend werd ik teruggebeld met een uitnodiging voor een consultatie en de Art of Cooking training.

 

Het volgen van deze training zou me ondersteunen om op de juiste wijze de macrobiotische gerechten te bereiden. Ik aarzelde niet en nam onmiddellijk het besluit te gaan.

 

Naar het KI in Amsterdam

Dezelfde avond nog vloog ik naar Amsterdam. De volgende dag ontmoette ik Adelbert Nelissen en zijn vrouw Wieke voor de eerste keer. Ik herinner me dat Adelbert voor aanvang van de eerste les naar me toe kwam, me vroeg of ik uit Polen kwam en zei: “U hebt een krachtig gezicht.” Na enkele dagen had ik een afspraak met Adelbert. Hij legde me de relatie tussen dieet en gezondheid uit en de macrobiotische visie, met inachtname van mijn constitutie en conditie. Van de lijst van macrobiotische gerechten en ingrediënten werden sommige meer benadrukt dan andere, sommige werden beperkt.

 

Misschien moet ik hier mijn verhaal eindigen, omdat alles wat er gebeurd is in deze dagen mijn leven voorgoed heeft veranderd. Mijn ontmoeting met Adelbert Nelissen was een mijlpaal in het leven van mij en mijn gezin. Adelbert’s ongeëvenaarde kennis, ervaring en intuïtie, ondersteund door zijn jarenlange beoefening van de macrobiotische principes, de yin-yang filosofie, redde mij het leven. Ik ben Adelbert en Wieke, zijn vrouw, zeer dankbaar voor al hun advies en steun die ze mij gegeven hebben.

Na drie jaren van angst, nachtmerries en onzekerheid, begon ik mijn tweede leven, met macrobiotiek.

 

Genezen met macrobiotiek

Terug in Polen kocht ik een snelkookpan en begon gezonde macrobiotische gerechten te bereiden, zoals Adelbert mij had geadviseerd en ik in de lessen en workshops van Wieke en Horriah in het Kushi Instituut had geleerd. Ik schrapte onmiddellijk al het vlees, gevogelte, eieren, zuivel, suiker, fruit, fruitsappen, vetten, koffie, geraffineerde en kunstmatig geproduceerde producten. Ik begon verse, gezonde macrobiotische gerechten te bereiden, die mijn lichaam zuiverden en die me geleidelijk mijn vitaliteit en uithoudingsvermogen teruggaven.

15

 
Ook begon ik verse, biologische groenten te kopen in natuurvoedingwinkels, ik kocht volle granen: bruine rijst, gerst, gierst, en zeegroenten, umeboshi, gerstmiso en andere gezonde producten. Omdat ik praktisch in één dag omschakelde naar een macrobiotische eetwijze, leerde Adelbert mij hoe om te gaan met mijn verlangen naar suiker en brood. In plaats van suiker kon ik zoete groentendrank nemen, bereid met kool, ui, pompoen en wortel. In plaats van brood kon ik soms somen of udonnoedels eten. Op Adelbert’s advies gaf ik mijzelf een hete-doek-massage over mijn hele lichaam tweemaal per dag, maakte ik wandelingen van 1 – 2 uur bij daglicht en 10 -15 minuten in de ochtend. Ik zong elke dag en mediteerde. Ik werd beter en beter, dag na dag en ik stopte bang te zijn. Na twee weken macrobiotiek verminderde ik mijn gebruik van pijnstillers. Het was ongelooflijk. De pijn in mijn botten werd minder en minder en uiteindelijk was ik pijnvrij. Ik kon lopen zonder pijn, ik kon staan zonder pijn, ik gooide de kussens uit mijn stoelen, ik kon zitten op een harde stoel zonder pijn en kon naar de hoogste plank reiken zonder pijn.

We konden ons geluk niet op. Botscans van mijn botten, gedaan op 11 oktober 2002, 15 maanden na te zijn begonnen met macrobiotiek, lieten een regressie (terugloop) van 90% van de botkankercellen zien.

 

Dankbaar en gelukkig

Nu leid ik een actief leven. Ik ga door met elke dag wandelen, massage, zingen en geniet van de muziek die Marek (die nu 14 jaar is) maakt. Hij speelt fluit en sinds kort ook gitaar. Hij volgt ook (op Adelbert’s advies) Aikido lessen, om sterker te worden. Adam ondersteunt me zeer, met zijn sterke constitutie en vitaliteit. We genieten gezamenlijk iedere ochtend van een macrobiotisch ontbijt. Ik maak een macrobiotische lunch klaar voor Marek en mezelf en ’s avonds komen we weer samen voor een macrobiotische maaltijd. Afgelopen zomer tenniste ik!

Er zijn nog steeds situaties waarin ik Adelbert raadpleeg. In januari 2003 voelde ik wat verharding in mijn linkerborst. Ultrasonoor onderzoek en een biopsie uitgevoerd op 19 februari wezen uit dat ik een 4 mm grote tumor had in het bovenste deel van mijn borst. Vervolgens had ik een afspraak met Adelbert, hij stelde een paar wijzigingen in het dieet voor. Ik volgde deze op en al snel was de verharding verdwenen. Op 15 januari 2004 had ik weer een ultrasonoor onderzoek, bij dezelfde arts en met hetzelfde apparaat gedaan. Het onderzoek liet een totale regressie zien van de tumor.

Zes jaar is verstreken sinds het moment dat bij mij borstkanker werd geconstateerd, drieëneenhalf jaar sinds botkanker werd geconstateerd en tweeëneenhalf jaar sinds ik ben overgeschakeld naar de macrobiotische eet- en leefwijze.

Ik wil graag benadrukken dat de beslissing om te kiezen voor een macrobiotische manier van leven, geheel de mijne was, ingegeven door mijn gevoel en intuïtie. Deze beslissing werd ook ondersteund door mijn oncoloog, Dr. Jacek Krynski, die enkele malen contact had met Adelbert over mijn conditie. Sindsdien heeft Dr. Krynski vele van zijn patiënten doorgestuurd naar Adelbert Nelissen voor macrobiotische voeding en leefstijladviezen. Hiernaast de door hem opgestelde verklaring met de bevestiging van mijn verhaal.

 

Ik ben dankbaar dat ik leef en actief ben. Ik ben dankbaar dat ik leef zonder pijn, angst en lijden. Ik ben Adelbert en Wieke erg dankbaar dat ze mij geleerd hebben hoe macrobiotiek te gebruiken om te genezen. Ik bedank hen voor de consulten, de telefoongesprekken, de steun, die me gezondheid, hoop en kennis gaven.

Het belangrijkste is dat ik op Adelbert en Wieke kan rekenen en weet dat ik vrienden heb, die klaar staan om me te helpen.

 

Komorów, januari 2004

 

Alicja Kirkor-Kowalska,

e-mail: alicja@ant.pl

(vertaling: Peter Termars)