Interview Michio Kushi in Humo (1979)

"Het stadium van dierlijk voedsel zijn wij ontgroeid"

Fragmenten uit een interview met Michio Kushi, dat hij gaf aan het Belgisch weekblad Humo in 1979 en dat aan actualiteitswaarde nog niets heeft ingeboet. Dat bewijst de kracht, de eenvoud en de universele waarde van de macrobiotische filosofie. Het leuke aan het interview is verder dat Humo fris en kritisch tegen Michio in gaat, blijft doorvragen en niets zomaar aanneemt (eigenlijk een macrobiotische manier van interviewen), waardoor Michio steeds dieper en gedetailleerder in gaat op zo op het oog klontjesklare zaken. Michio Kushi is gastdocent op de komende Internationale MB Zomerconferentie in Helvoirt (zie Zomeragenda, pag.4).

Michio: Bruine rijst is niet macrobiotisch. Bruine rijst is bruine rijst. Tamarisaus is tamarisaus. Groenten zijn groenten en granen zijn granen. De verhouding waarin je de verschillende ingrediënten tot je neemt, dat is macrobiotisch, niet de ingrediënten zelf.

Humo: Ik dacht dat macrobiotiek niets anders was dan de traditionele Japanse volkskeuken ….

De ingrediënten uit de macrobiotiek gaan voor een gedeelte terug tot de Japanse volkskeuken ja, maar niet alleen op de Japanse. Het is wel universeler dan dat. Het gaat terug tot alle volkskeukens, van alle volkeren. Jullie Europese voorouders aten grosso modo dezelfde dingen: graangewassen, groenten, en heel weinig dierlijk voedsel, behalve gevogelte en vis. Tot twee generaties geleden kwam er slechts zelden vlees op tafel. En vandaag de dag is dat nog altijd zo in India, in Afrika, in alle arme landen. Dat gaat allemaal in de richting van macrobiotiek, maar dat is nog geen macrobiotiek. Er zitten geen macrobiotische principes achter. Westerse mensen denken nogal eens dat die principes wortelen in de Oosterse denkwereld, maar dat is niet waar. Die filosofische achtergrond is er natuurlijk wel, maar dat is dezelfde als die van de christenen, van de Sumeriërs, van het Oude Testament. Die geven allemaal een beschrijving van de orde van het universum. Sommige mensen noemen dat de Wet van God. Het komt er allemaal op neer dat er een natuurlijke orde bestaat: de orde van het natuurlijk milieu. Als het milieu verandert, moeten we onze voeding veranderen. Als de seizoenen veranderen, moeten we onze voeding veranderen. Als we zelf veranderen, moeten we onze voeding veranderen. Onze voeding moet in overeenstemming zijn met onze individuele, natuurlijke behoefte. Dat is macrobiotiek.

Onze allerprimitiefst voorouders aten al vlees.

Die voorouders aten granen en groenten, en als die niet voorhanden waren, aten ze vlees - toen er hongersnood heerste, met andere woorden. Je moet weten dat iedereen in zijn levensloop de hele biologische evolutie herhaalt, elk individu opnieuw In de moederschoot voeden we ons met het bloed van moeder. De tijd na de geboorte zijn we zoogdieren, we worden gevoed met dierlijk voedsel, moedermelk. Zolang we nog geen echte mensen zijn, voeden we ons voor 100% dierlijk, met bloed en melk. Pas als de baby rechtop begint te staan en te lopen wordt hij werkelijk mens. En dan hebben we de voeding nodig, die de mens tot Mens heeft gemaakt, tot Homo Sapiens: granen en groenten, in alle denkbare bereidingen. Granen en groenten vormden het basisvoedsel van al onze Europese, Aziatische en Afrikaanse voorouders.

Ja maar, ja maar. De eerste Homini Sapientes waren toch jagers en vissers.

(Milde glimlach) Nee hoor, die aten geen vlees. Op de oudste fossiele kaakbeenderen zijn geen hoektanden te vinden, en die heb je nodig om het vlees te verscheuren. Hoektanden zijn een later cadeau van de evolutie. Toen we ze nodig hadden om de hongersnood te overleven.

Nou goed. Maar nu we wel hoektanden hebben, kunnen we toch zonder meer vlees eten? Dat is nu toch ons natuurlijk voedsel geworden?

Wij hebben geen tijgergebit hoor (laat zijn tanden zien). We kunnen inderdaad vlees eten, als we geen keuze meer hebben. En dan nog het liefst dieren die biologisch het verst van ons af staan: insecten, vissen, weekdieren, reptielen, vogels en zo. Maar geen zoogdieren, zij zijn onze broeders. We eten normaliter toch ook geen mensen?

Kortom, als het moet kunnen we alles eten, maar liever niet.

Precies. We kunnen alles eten, omdat we voorlopig de laatste schakel zijn in de biologische evolutie. We zijn het verst ontwikkeld. We zijn uniek. En we zijn zo uniek, omdat we op een bepaald moment granen zijn gaan eten. Dankzij het graan is onze intelligentie tot ontwikkeling gekomen, zijn we mensen geworden.

Maar voor de landbouw uitgevonden was, waren er toch geen graansoorten?

(Zeer milde glimlach) Er waren volop wilde graangewassen. Kon je plukken en opeten. En toen de mens intelligent genoeg geworden was dacht hij, dit is interessant, compact, energierijk voedsel, laten we dit stelselmatig gaan kweken. En toen pas kwam de landbouw. Dat was het begin van de beschaving waarvan sporen terug te vinden zijn. Maar de Homo Sapiens is ouder. De landbouw wordt op 10,000 jaar geschat, maar in Japan hebben ze toch fossielen van 45,000 jaar, met sporen van rijst. De evolutie van de diersoorten hangt nauw samen met de evolutie van de planten die als voedsel kunnen dienen. De dieren zijn niet zomaar op hun eentje geëvolueerd. De evoluerende planten hebben de dieren laten evolueren, en omgekeerd. Er is een voortdurende beïnvloeding tussen eter en gegetene. Toen de granen op het toneel verschenen, is een apensoort die beginnen te eten, en die is mens geworden. De andere apen zijn fruit blijven eten, en ze zijn apen gebleven. Overigens, tegenwoordig zie je veel kinderen met van die dunne, schelpachtige flapoortjes, zoals de apen. De moeders van die kinderen hebben veel te veel tropisch fruit gegeten, zoals de apen. Elke diersoort heeft zijn basisvoedsel. Verander het voedsel en het uiterlijk en de gedragingen veranderen mee. De mensen weten het: als hun kat wild gaan doen, geven ze haar wat anders te eten. Maar voor zichzelf weten ze het niet. Fruit eten, vlees ook, betekent een teruggang in de evolutie. Wij mensen kunnen alles eten, maar we hebben ons basisvoedsel nodig om onze menselijke mogelijkheden te bewaren, onze hersenen. Er is één dier dat van nature alles eet: het varken. Zwaarlijvig en helemaal afgestemd op een leven van sensoriele gewaarwordingen. Je observeert elke dag weer hoe de mens zich aanpast aan zijn voeding. Je ziet het honderdduizend maal aan de mensen.

En wat ziet u dan aan de mensen?

Hun gezicht, hun conditie, wat ze eten.

Ja maar, wat ziet u als u dat ziet?

Wel, ik zie bijvoorbeeld dat uw lever ongezond is.

Onzin. De voortreffelijkste lever van kilometers in het rond.

Wacht maar af. Uw lever accumuleert vet. Ik geloof graag dat u er nog geen last van heeft, maar de dag zal komen.

Jée. En hoe ziet u dat?

Aan uw gezicht.

Wat is er mis met mijn gezicht?

Niemand kan zijn conditie verbergen. Je draagt hem op je gezicht. Uw hart bijvoorbeeld, dat slaat onregelmatig …

(Slikt, want dit klopt.)

… door accumulatie van vet en cholesterol. Uw longen zijn ook niet zo best. Ook in uw longen accumuleert u vet.

Ja maar dat is niet moeilijk met die longen, ik zit hier te paffen als een schoorsteen.

Roken maakt het erger, maar ik heb het niet over het roken. Er zit vet in uw longen, daar gaat het om.

En waar moet dat vet vandaan komen? (strikvraag want Humo lust geen vette spijzen.)

U eet zeer veel kaas. Kaas is een dierlijk vet.

(Slikt, want ook dit klopt): Jènda. (geeft zich niet gewonnen) Ja maar. Is dat alles niet wat te makkelijk? U kunt tegen iedereen zeggen dat er wat is met zijn longen, hart of lever, in ons land hebt u altijd een grote kans dat u goed zit.

(Zeer milde glimlach) Voilà, daar zegt u het zelf. De meeste mensen in dit land eten verkeerd. De medische wetenschap zegt het ook. 40% sterfgevallen door hart- en vaatziekten. 60% van de bevolking zit met teveel cholesterol. Daar komt onder meer kanker van en alle andere degeneratieve kwalen. In de VS en in West-Europa woekeren tal van kwalen, waar de mensen een halve eeuw geleden amper last van hadden, omdat ze veel en veel minder dierlijk voedsel aten.

In Japan en in heel Azië is het percentage kankergevallen toch even hoog als bij ons?

Nee, dat is niet zo. Heel weinig kanker in India, Birma, Thailand en China, en hoewel Japan zeer geïndustrialiseerd is, zeer verwesterd, zijn de Japanse soorten kanker niet dezelfde als hier. Kanker neemt toe zodra de mensen zich aanpassen aan een dieet dat voor een groot gedeelte bestaat uit vlees, geraffineerde suikers en chemisch bewerkte spijzen.

Dieren en planten krijgen ook kanker, en die kunnen zich niet anders dan zich natuurlijk voeden.

Ja pas op. Het meeste dierenvoedsel is verknoeid door de menselijke tussenkomst.

Ik heb het niet over huis- en troeteldieren, maar over tijgers en olifanten, en sequoia's en junglebloemen.

Die krijgen ook wel eens kanker, maar dat is zeldzaam. Eén op de duizend of zo. Bij de mens is dat één op vijf. Alles wijst er tegenwoordig op dat we moeten terugkeren naar de meer traditionele manieren van eten. De Amerikanen beginnen zich zorgen te maken, de autoriteiten adviseren de consumptie van vlees, zuivelproducten en geraffineerde suikers af te remmen, en de consumptie van groenten en granen aan te moedigen. En dat is nu precies wat de macrobiotiek al jaren predikt. Er heeft jarenlang onbegrip en misverstand geheerst over de macrobiotiek, maar vandaag de dag beginnen wetenschap en overheid toch een stap in haar richting te zetten. Sommigen beginnen de macrobiotiek zelfs te steunen.

Zelfs de wetenschap? Enkele jaren geleden nog kon professor Verdonck (Voedingsleer, Universiteit van Gent) de macrobiotiek nog levend villen, herinner ik me.

De laatste jaren wordt het beter, maar de moeilijkheid blijft dat de meeste diëtisten en voedingsspecialisten volstrekt niet weten wat macrobiotiek is. Ze komen alleen maar in aanraking met rare kwasten, die fanatiek rijst eten of zo, en beweren dat ze zich macrobiotisch voeden. Die worden natuurlijk doodziek, en komen bij de geneesheren terecht, en zo krijgt de macrobiotiek een onuitroeibaar slechte naam. Echte macrobioten zie je niet bij uw professor Verdonck, want die worden niet ziek. Kort geleden heeft de British Medical Journal een felle aanval tegen de macrobiotiek gedaan, naar aanleiding van zwaar ondervoede kinderen van wie de moeders beweerden dat ze hen macrobiotisch gevoed hadden. Maar die moeders kenden niet eens de eerste letter van de macrobiotiek. Een aantal jaren geleden heb ik eens een dieet uitgeknobbeld voor een vrouw die kanker van de rode bloedcellen had. Ze is genezen. Onlangs vernam ik dat ze het weer heeft, maar nu aan de witte bloedcellen. Het eerste dat ik vraag is wat ze eet. Wel, ze at: 's morgens niets, 's middags rijst met worteltjes, 's avonds havervlokken en cacao. En dat was alles, drie jaar aan één stuk door. Dat is geen macrobiotiek, dat is waanzin. In de VS heb ik een nog extremer geval gehad. Een jongen was naar een voordracht van me komen luisteren en had daar gehoord hoe uitstekend tamarisaus wel is. Hij is naar huis gegaan en heeft zich nog uitsluitend gevoed met tamarisaus, dronk ze zo uit het flesje. Een maand later was hij dood. Zijn ouders zeiden dat het de schuld was van de macrobiotiek.

Tussen haakjes: is er een verschil tussen macrobiotiek en vegetarisme? Vegetariërs eten ook geen vlees.

Het vegetarisme is een reactie op de overmatige vleesconsumptie. De meeste vegetariërs voeden zich hoofdzakelijk met groenten en fruit, bij voorkeur rauw. Nu, vanuit macrobiotisch oogpunt is het duidelijk dat ze daarmee niet voldoende gevoed zijn, en ja hoor: ze vullen hun plantaardig dieet aan met zuivelproducten. Dat is dierlijk voedsel en dat stadium zijn wij mensen ontgroeid.

Iets heel anders nu. Betekent de macrobiotiek iets voor de honger in de wereld?

Als genoeg mensen overschakelen op macrobiotiek is het wereldvoedselprobleem voor een groot deel opgelost. In plaats van de granen zelf te eten, zoals macrobioten doen, geeft men ze als voedsel aan de runderen en eet men de runderen op in de vorm van biefstukken en tournedos. Dat is een voedingswaardeverspilling van 8 tot 15 keer. Met dezelfde graanoogsten als nu zou je dus verbazend veel meer mensen kunnen voeden (zie ook het artikel van Hans den Hoed, op pag. 16/red.). Pas op, soms is men op vlees aangewezen. Eskimo's bijvoorbeeld moeten vlees eten. Dat is hun natuurlijke orde. In hun barre klimaatzone bestaan groenten noch granen, dus … Maar wij, in ons vierseizoenenklimaat, wij moeten granen eten, eerst en vooral granen, en dan, in volgorde van wenselijkheid, groenten, zeewieren, fruit, dierlijk voedsel. Dierlijk voedsel dat ver van ons afstaat, geen zoogdieren dus.

Bij ons eten de macrobioten veelal rijst. Maar rijst groeit toch niet in onze klimaatzone, dus is dat toch geen natuurlijk voedsel voor ons?

O jawel. Rijst is okee in deze klimaatzone. Dr Marc van Cauwenberghe vertelde me trouwens dat er vroeger rijst geteeld werd rond Oudenaarde in België. Met graangewassen kun je overal terecht in dezelfde zone. Hoe geconcentreerder een voedselingrediënt, hoe ruimer je het kunt gebruiken. Er zijn voedingswaren met een korte en met een lange actieradius. Lucht bijvoorbeeld is het kortst van al. Je ademt de lucht die zich in de onmiddellijke omgeving bevindt. Water, ook heel kort, moet tenminste uit de buurt komen. Fruit moet uit de streek komen - voor België is dat België zelf, Nederland, Duitsland, Noord-Frankrijk en Zuid-Engeland. Groenten mag je alweer wat verder gaan zoeken en voor granen kun je in de hele klimaatzone terecht. Zeewier kun je nog verder halen: uit alle zeeën van het noordelijk halfrond, evenals zeezout.

(Geërgerd) Zeezout! Wat liggen macrobioten toch altijd te zwammen over zeezout? De medische wereld zit met klem de consumptie van zout af te raden, maar jullie zweren bij zeezout, dat toch ook een natriumchloride is en blijft.

(Begrijpend) Pure, geraffineerde NaCl is niet goed. Maar macrobioten eten geen dierlijk voedsel, dus is zeezout okee. In zeezout zit slechts voor 68 tot 92% NaCl. Er zitten nog talrijke andere mineralen in. Die mineralen vind je ook terug in granen en groenten, maar niet in de hoeveelheden en verhoudingen die we nodig hebben. We moeten er de mineralen uit het zeezout aan toevoegen. Vergeet toch niet dat het leven uit de zee komt, en dat we de zee chemisch in ons bloed meedragen. Al onze lichaamscellen baden in dat zeewater, en we moeten het mineraalgehalte van ons 'zeewater' op peil houden.

(Smalend) we zouden dus 't best ons eten in zeewater koken?

(Grinnikend) In geen geval. We gebruiken het zeezout alleen waar het nodig is, en met mate. Op sommige gerechten wat zeezout, op andere niet. De ideale gewichtsverhouding is 1:7. 1 gram mineralen op 7 gram proteïnen. Dat kan wat verschillen, afhankelijk van het klimaat. Als je veel proteïnen wilt eten, een ei bijvoorbeeld, moet je er wat zout op doen, anders krijg je het niet half op. Als je vlees eet, heb je zout nodig. De gewichtsverhouding 1:7 vind je terug in de hele reeks voedingsbestanddelen: mineralen / proteïnen / koolhydraten / water / lucht. Telkens 1:7. Dat is de biologische orde van het menselijk lichaam. Het is niet voor niets dat 7 zo'n heilig getal is. Dat is ook waarom je na een steak-friet een ijsje nodig hebt, of cola, wijn, fruit: voor de verhouding proteïnen / koolwaterstoffen.

Wonderbaar. Hoe is het toch godsmogelijk dat de voedingsspecialisten dat niet weten, maar u wel?

De macrobiotische principes zijn zeer oud, maar de voedingskunde is een zeer jonge wetenschap. Ik ken nogal wat voedingsspecialisten, ik heb hen eens gevraagd waarom de Amerikaanse autoriteiten in de voeding 2400 tot 3200 calorieën per dag aanbevelen. Ik heb namelijk ooit eens geprobeerd 2400 cal naar binnen te werken, ik dacht dat ik ging barsten: veel te veel. Wel dat aantal calorieën wordt aanbevolen. Omdat de proefpersonen in de meetboxen per dag 2400 tot 3200 cal uitzweten. Je kent dat, ze stoppen iemand in een kamer, laten hem allerlei activiteiten uitvoeren en meten hoeveel cal hij verbruikt. Dat is dus een methode om te meten hoeveel je verbruikt, maar niet om te meten hoeveel je nodig hebt. Stop iemand in die meetbox die minder cal binnen heeft, en hij zal minder cal verbruiken.

Voor dezelfde activiteiten?

Ja, natuurlijk. Een mens heeft niet erg veel calorieën nodig hoor. De meetmethode is fout en alle voedingsspecialisten waren het erover eens. Ik vroeg hen toen hoeveel calorieën een mens dan werkelijk nodig heeft. Privé - niet officieel uiteraard - zeiden ze "1800? 1600? Misschien nog minder …" Het ziet er naar uit dat de behoefte aan voedingscalorieën tussen de 1200 en 1800 ligt. En dan moet je nog bedenken dat de calorieën niet alleen uit het voedsel komen, maar ook van de zon en van de vibraties.

Eten op de manier van onze voorouders in het stenen tijdperk, mij best, maar vandaag de dag eten we volop kotelet en biefstuk, en wat zien we? De gemiddelde leeftijd ligt veel hoger dan 100 jaar geleden.

Die statistiek klopt, maar hij is heel misleidend voor de leek. De mensen leven niet zo heel veel langer dan vroeger. Alleen is de kindersterfte nu veel geringer. En daardoor is de gemiddelde leeftijd sterk gestegen. Maar goed, er is ongetwijfeld een vooruitgang. Honderd jaar geleden, u kiest me daar ook een periode, was de voeding arm, beperkt en eenzijdig. De mensen moesten zich voeden met wat in de buurt groeide, en dat bood niet bijster veel keuze. Handel en transport hebben die beperktheid, die eenzijdigheid van de voeding doorbroken. Maar wat nu heel erg is, en dat zie je niet in de leeftijdsstatistieken: de fysieke conditie van de hedendaagse mens is veel slechter dan vroeger. De bevolking wordt almaar zwakker. Vermoeid, vol neurosen, klachten, allerlei symptomen van dingen die scheef gaan.

Kortom: we zijn aan het degenereren?

Precies. En heel snel. Als het zo doorgaat is het over 25 jaar gedaan met de VS. Nog veel meer kanker, nog veel meer degeneratieve kwalen en nog veel meer mentale zwakten. Over 25 jaar lijdt de ene helft van de Amerikanen doorlopend aan aftakelingskwalen, terwijl de andere helft hen moet onderhouden. Dat loopt uit op een economisch bankroet. Vooral de laatste 50 jaar zijn de voedingsgewoonten in slechte zin veranderd. Vooral met de commerciële massaproducten: comfortabel - lekker - goedkoop, de slogan waaronder van alles verkocht wordt dat ons lichaam biologisch niet nodig heeft - integendeel. Om die degeneratie tegen te gaan moeten we terugkeren naar de voedingsgewoonten van onze voorouders, plus wat wijsheid. Wijsheid in de verhoudingen en in de bereiding. En al de rest is een kwestie van milieu en klimaat: je kunt een Belgische macrobiotiek hebben, een Sovjetrussische, een Amerikaanse, een Chinese. Ieder kookt zijn eigen potje in overeenstemming met zijn omgeving en met de principes van de macrobiotiek.

Er bestaat geen Ene en Alleenzaligmakende Macrobiotische Kerk?

Nee. Er is geen dogma. Geen vaste regels waar iedereen zich aan moet houden. Het klimaat kan verschillen. De seizoenen veranderen. De menselijke activiteiten verschillen: vergelijk stadsmensen met buitenmensen. Alles wat anders is, verandert de toepassing in de macrobiotiek. Macrobiotiek heeft principes, geen regels. Dat maakt een groot verschil met de klassieke Westerse dieetregels. Die zouden nog het liefste hebben dat iedereen overal op de wereld hetzelfde at.