Interview

Chico Varatojo: wij waren idealistischer

 

Deze zomer waren mij vriendin en ik in Portugal voor een 8-daagse vakantie. Via het bezienswaardige Sintra en vissersplaatsje Cascais ten westen van Lissabon en het meer zuidelijke Milfontes, gelegen in het prachtige kustgebied van Aletejo, eindigden we de reis in Lissabon. We hadden een afspraak op het Instituto Macrobiotico in het hart van Lissabon, in de oude wijk Biarro Alto, met de oprichter/directeur Fransisco (Chico) Varatojo. Hij is sinds begin jaren tachtig een van de toonaangevende macrobiotische leraren in Europa. Samen met zijn vrouw Eugenia leidt hij het uitgebreide cursusprogramma van het instituut. Hij geeft consulten, schrijft boeken, geeft wereldwijd les en heeft een populair programma over voeding en gezondheid op de Portugese televisie.

Chico en Eugenia hebben vier kinderen, de oudste is 19, de jongste 11 jaar.

 

Eerst genoten we op het instituut van een uitgebreide lunch, waarbij we met de andere gasten aanschoven aan een lange tafel. De lunch bestond uit bloemkoolcremesoep, bulghur met een kikkererwten/groenten/kerriesaus, gekookte biet en paksoi met dressing en een toetje van appelsapkanten met aardbeiensaus. Heel smakelijk.

Het duurde vervolgens even voordat duidelijk was wanneer Chico tijd had voor het interview, hij had een volle agenda met consulten. Uiteindelijk viel er, gelukkig voor ons, een consult uit en nam hij ruim de tijd om met ons te spreken over macrobiotiek in Portugal, zijn opleidingsinstituut, het vermaarde gevangenisproject, en zijn televisieprogramma.

 

Chico, wat is jouw definitie van macrobiotiek?

Voor mij is het de studie van verandering volgens de wetten van de natuur, en dat is toepasbaar op voeding, gezondheid, milieu, spirituele ontwikkeling, etcetera. Het is de studie van verandering, met yin en yang als belangrijkste hulpmiddelen.

 

Hoe kwam je in aanraking met macrobiotiek?

Ik begon met macrobiotiek toen ik zestien was. Ik was toen erg bezig met sport, was veldloper en volgde daarvoor een speciaal dieet, min of meer vegetarisch. Voeding had om die reden dus mijn interesse. Ik las een boek over macrobiotiek en de filosofie sprak me aan, ik vond het allemaal erg zinnig. En ik voelde me goed bij deze wijze van voeding. Ik zou medicijnen gaan studeren na de middelbare school, in plaats daarvan liet ik alles achter om in Boston macrobiotiek te gaan studeren. Dat was de start, in 1978. Zoals gezegd, ik was jong, zestien, zeventien. Mijn leeftijdgenoten rookten hasj, terwijl ik ‘s morgens vroeg op stond om do-in te doen en brood te bakken. Macrobiotiek werd de passie in mijn leven en is dat nog steeds, ik heb nooit iets anders gedaan.

Ik kwam als een van de eerste studenten in het studiehuis in Boston, en bleef daar drie maanden, daarna verhuisde ik naar het secretariaat van Michio Kushi en later naar zijn huis. Vervolgens hielp ik Bill Spears met het opzetten van een macrobiotisch centrum in Middletown, Connecticut. Al met al verbleef ik een heel jaar in Amerika en ben later nog vaak teruggegaan. Ik heb daar level I, II en III gedaan, wat er trouwens toen heel anders uitzag dan tegenwoordig. Om te beginnen duurden de levels drie maanden, met avondlessen en weekenden en was het veel simpeler dan nu, de studie van yin en yang stond centraal. Het was een erg inspirerende tijd voor de Macrobiotiek, en voor mij in ieder geval!

 

Wanneer begon je met lesgeven?

Ik was 19 jaar toen ik terug kwam in Portugal en ik ging lesgeven op Unimao, het eerste macrobiotische centrum in Lissabon, opgericht in 1974. Ik ontmoette geregeld de collega’s van het eerste uur in Europa: Rik Vermuyten, Adelbert Nelissen, Bill Tara, Mario Binetti. Uit die contacten vloeide mijn eerste seminar buiten Portugal voort, in Amsterdam, op uitnodiging van Adelbert. Dat was nog op het toenmalige Oost West Centrum op de Nieuwe Achtergracht. Hij bleef me daarna uitnodigen, ik heb jaren achtereen zo’n drie keer per jaar lesgegeven in Amsterdam. Daarbij ging ik ook lesgeven in Zwitserland (IMI, Kiental) en België.

 

Hoe is het nu met de macrobiotiek in Portugal?

Het groeit gestaag, dat geldt voor het centrum hier en voor de verkrijgbaarheid van producten in het hele land. Macrobiotiek heeft een goede reputatie, ik ben sinds 1997wekelijks op de Portugese televisie te zien, met programma’s waarin ik allerlei onderwerpen behandel, van voeding, de handel in voeding tot ziektes, gezondheid, diagnose. Ik praat bijvoorbeeld over gembercompres, azukibonenthee, osteoporose, colitis, het is voornamelijk een programma over gezondheid. Dat levert enorm veel positieve publiciteit op en dat is heel goed voor de ontwikkeling van de macrobiotiek in Portugal.

 

Hoe reageert de medische stand daarop?

Gemengd, sommige doktoren vinden het niets, anderen raken juist geïnteresseerd, ik heb al heel wat doktoren op consult gehad, kan ik je vertellen! Vooral vrouwelijke, niet zozeer de mannen. Er was geen sterke reactie vanuit die hoek, in ieder geval niet waar ik weet van heb. Ik denk dat dat komt door onze milde mentaliteit, wij kennen geen fundamentalistische stromingen of extremistische standpunten. De mensen zijn over het algemeen erg gematigd.

 

Ik heb al vaak over het gevangenisproject gehoord, is daar ook een evaluatierapport over geschreven?

Ja, er is een goed artikel over geschreven in het East West Journal, in juli 1982 als ik het goed heb. Dat project liep van 1979 tot 1983 en is erg bekend geworden. Het begon vanuit de gevangenis. Een 36-jarige gevangene, bijgenaamd Al Capone, was de beste brandkastenkraker van Portugal. Hij leed aan astma en hij las op een gegeven moment in de krant dat dieet astma kan verlichten. Het artikel noemde macrobiotiek. Hij zocht in het telefoonboek onder macrobiotiek en kwam bij ons terecht met de vraag of wij hem konden helpen. Dus ging er van ons iemand naar hem toe, met bruine rijst, linzen en een paar boeken. Een paar weken later belt hij terug: hij vond het interessant, het beviel hem goed, en of we meer eten en boeken wilden sturen. Dit ging zo door en na een tijdje kwam het verzoek aan mij om les te geven, want er waren nog twee of drie mensen geïnteresseerd. Ik heb vervolgens drie jaar iedere vrijdag les in de bibliotheek van de gevangenis. Ik gaf les in diagnose, filosofie, koken, shiatsu, etc. En de groep groeide van twee, drie, vijf, tien, twintig tot wel vijfendertig mensen. Zij hadden een eigen keuken, de overheid betaalde het eten. Veel van deze mensen zijn later toen ze uit de gevangenis kwamen shiatsutherapeut, consulent, yogaleraar, tofuproducent of futonmaker geworden. Deze mensen veranderden hun leven en zijn nu gerespecteerde burgers, zijn getrouwd, hebben kinderen en, wat ik heel mooi vind, ze helpen andere mensen. Ja, het was een groot succes en ik had een geweldige tijd met deze mensen.

 

Waarom is men er dan niet mee doorgegaan?

Ja, die vraag verwachtte ik al! Ik denk dat de publiciteit die het project opriep de zaak de das om heeft gedaan. Het bleef lange tijd een besloten groep, maar dat veranderde toen Michio Kushi naar Portugal kwam, dat was denk ik in 1981. De studenten hadden gehoord dat hij zou komen en vroegen mij Michio uit te nodigen naar de gevangenis te komen. Ik bracht in dat dat waarschijnlijk niet mogelijk was vanwege zijn drukke reisschema, maar ze lieten mij beloven dat ik het zou proberen. Michio kwam, aanvankelijk voor vijf minuten, om gedag te zeggen, maar bleef uiteindelijk drieënhalf uur en sprak aan een stuk door. Het is Michio geweest die dit project bekendheid heeft gegeven. Overal waar hij kwam, sprak hij erover, er kwamen journalisten naar de gevangenis en zo verspreidde het nieuws zich. Op zich was dat goed, alleen: er kwamen steeds meer buitenstaanders kwamen op de lezingen af, meer aangetrokken door het nieuwtje dan door interesse in macrobiotiek. Sommige van hen gebruikten drugs, kortom: het werd voor de gevangenisleiding steeds moeilijker er grip op te houden. Ook verlieten de mensen die het project gestart en gedragen hadden de gevangenis en kon ik zelf om allerlei redenen (mijn huwelijk met Eugenia, andere activiteiten) niet meer alle vrijdagen vrijhouden voor de lezingen. Toen een gevangene, die niet bij ons project betrokken was overigens, zelfmoord pleegde, kwam de directeur in  een moeilijk parket. Het gevangenisbeleid werd onderzocht en ook dit project werd op de korrel genomen. Men besloot de subsidies stop te zetten en zo bloedde het project langzaam dood. Een paar jaar geleden hebben we geprobeerd het project weer op te pikken, we hadden een goed contact opgebouwd met de overheid, maar door verkiezingen kwam daar een eind aan.

 

Leid je op dit instituut mensen op tot macrobiotisch consulent?

Nou, wat we hier doen is: we bieden opleidingen aan, Kushi nivo I, II en III en daarin zijn we naast Becket en Amsterdam de enige in de wereld. Daarnaast hebben we de Internationale Shiatsu School, de Kookschool en de School voor Feng Shui, wekelijkse lezingen, zomerkampen, Paastrainingen. Sommige van onze studenten kunnen uiteindelijk consulent worden. Enkelen zijn het al, of geven les, hebben een winkel, een beetje zoals in Nederland denk ik. Maar we leiden niet echt op tot consulent, dat gebeurt nergens volgens mij. Het grote verschil tussen vroeger, zeg maar de generatie eind zeventiger, begin tachtiger jaren en nu is denk ik het verschil in mentaliteit. De programma’s waren toen vrij simpel en kort, maar we waren erg gedreven en geïnspireerd om ons daarnaast verder te ontwikkelen. We hadden daarbij de gelukkige omstandigheid in Boston te zijn, met talloze mogelijkheden om bij mensen thuis te koken, in  restaurants te werken, lezingen van Michio Kushi bij te wonen, etc. Wij studeerden, omdat we dat graag wilden, er was een soort sociaal idealisme, om de wereld te willen veranderen. Nu willen de mensen een beroep er van maken, met andere woorden: ze willen technieken (gembercompressen, shiatsu) leren, in plaats van de filosofie begrijpen. Daarnaast is macrobiotiek veel meer ziektegeoriënteerd dan vroeger, op genezing van kanker, aids en hart- en vaatziekten. Dus dat trekt weer een ander groep studenten aan, de zieken. Natuurlijk is dat een goede reden macrobiotiek te gaan studeren, maar het zou niet de enige reden moeten zijn, vind ik. Dus het is niet dezelfde spirit als vroeger, zo ervaar ik het, het heeft te maken met hoe de maatschappij is veranderd.

 

Hoe ondersteun je mensen die nivo II en III gedaan hebben? Zij zijn dan nog geen consulent.

Wij bieden gevorderde studenten de mogelijkheid bij consulten zitten. We hebben momenteel vijf studenten die dat  bij toerbeurt doen, we bespreken de cases, bestuderen foto’s van patiënten. Daarnaast begeleiden ze de patiënten na het consult, zij zijn de eerstelijnshulp voor de patiënten. Als een patiënt vragen heeft (hoe moet ik rijst koken, hoe maak ik misosoep) of klachten (ik krijg hoofdpijn), dan belt hij/zij de assistent. De assistent geeft ofwel direct antwoord, of overlegt eerst met mij. Dit systeem werkt heel goed, voor de patiënten want zij voelen zich niet aan hun lot overgelaten, voor de studenten, want zij leren constant en vinden het leuk om te doen, en het maakt het voor mij een stuk makkelijker, want ik zou niet meer overal bovenop kunnen zitten. En het is de beste manier om te leren: in de praktijk, zitten, luisteren, kijken.

 

Hoe denk je over andere alternatieve systemen als homeopathie, chiropractie, ayurvedische geneeskunst?

Om te beginnen: ik weet er niet veel van af, ik weet globaal hoe ze werken, maar ik heb ze nooit bestudeerd. Ik denk dat ze in specifieke gevallen aanvullend kunnen werken, bij specifieke klachten of symptomen, maar de basis is voor mij voeding en leefstijl. Wat we niet moeten doen, en dat gebeurt helaas wel steeds meer de laatste tijd door alternatieve scholen, is de verschillende systemen proberen te combineren  en vanuit hetzelfde gezichtspunt benaderen. De verschillende geneeswijzen zijn vanuit verschillende achtergronden, verschillende basisprincipes opgezet. Je kan bijvoorbeeld niet homeopathie toepassen met behulp van yin en yang. Vanuit de betreffende gezichtspunten  kunnen we, mits goed toegepast, de verschillende geneeswijzen met succes op een zelfde casus toepassen.

 

Tot slot, Chico, waarin verschil jij van andere macrobiotische leraren?

Ik spreek verschillende talen, wat heel handig is op reis! Maar serieus, ik denk dat ik me onderscheid door mijn enthousiasme en idealisme. Aan de andere kant ben ik op bepaalde punten ook erg zorgvuldig en voorzichtig. Op de eerste plaats probeer ik open en eerlijk te zijn en geen valse verwachtingen te wekken bij patiënten die bij me komen. Verder probeer ik niet te manipuleren om mijn zin te krijgen. En ik waak ervoor macrobiotiek neer te zetten als een dogmatische filosofie of als absoluut in de werking ervan. Dus ik zeg bijvoorbeeld niet: als je macrobiotisch eet, krijg je geen kanker, diabetes of hartproblemen, of: als je zo en zo eet, ben je in vier maanden genezen, want dat is gewoon niet waar en je komt door dit soort beloftes te doen in de problemen. Ik benader het liever van een andere kant: alles is mogelijk, macrobiotiek is geen levensverzekering, we kunnen kanker krijgen en huiselijke problemen, etc., maar de kans is kleiner en je krijgt een goed gereedschap in handen om jezelf te veranderen. Ik denk dat we in de macrobiotiek beter nederig kunnen zijn dan arrogant. Wat volgens mij ook precies hetgeen is dat de macrobiotische filosofie ons wil leren.

Peter Termars.