Enthousiasme

In 1970 bleef ik zitten in de tweede klas van het Westfries Lyceum in Hoorn. In de nieuwe klas waar ik in terecht kwam heb ik het de laatste vier jaar van mijn VWO tijd erg naar mijn zin gehad. Met een steeds grotere groep klasgenoten hadden we steeds meer gezamenlijke activiteiten binnen en buiten de school. We lazen samen boeken, deden presentaties, maakten muziek, hielpen elkaar met huiswerk en vierden feest. In 1974 wonnen we zelfs de jaarlijkse culturele schoolavond met een uitvoering met muziek, zang en toneel. Ik speelde in dit zelfgemaakte stuk de hoofdrol als "De Pacifist".

Ik had in die tijd lang krullend haar tot aan mijn broekriem en had een redelijke sanpaku conditie. Ik hield me zo sterk met geweldloosheid bezig dat ik me afvroeg of ik überhaupt wel door mocht gaan met leven. Om te leven moet je doden. Je vernietigd planten en dieren. Ik besloot om in ieder geval geen dierlijke producten meer te eten en te gebruiken. Ik wist echter niet hoe dat moest. Overal waar ik informeerde hoorde ik dat wanneer je met vlees stopte je extra zuivel nodig had. Dit was echter niet wat ik wilde.

Ik heb vier zusters, twee ouder en twee jonger dan ik ben, en geen broers. De oudste twee woonden in die tijd op kamers in Amsterdam. In het najaar van 1994 kwamen ze thuis, gewapend met een boekje: "Bruine Rijst met Liefde". Bij het avondeten kregen we gierstflapje. Hierna verslond ik het pocketboekje, waar een inleiding in stond over makrobiotiek en reeks recepten.

Ik besloot onmiddellijk over te schakelen. Niet stap voor stap, maar revolutie. Ik was zo enthousiast dat ik iedereen thuis meesleepte in mijn avontuur. Ik stond opeens in de keuken en maakte samen met mijn moeder de meest vreemde dingen. Met spullen uit "De Weegbree" en recepten uit ons pocketboekje wisten we iedere dag weer wat verrassends te prepareren. Iedereen at het, iedereen vond het lekker en iedereen voelde zich er goed bij. Iedereen thuis accepteerde dat ik de leiding nam, iedereen schikte zich in mijn makrobiotische avontuur.

Toen ik in 1995 filosofie ging studeren in Groningen en daar op kamers ging wonen is iedereen zijn eigen weg gegaan. De inspiratie uit die tijd heeft iedereen in zijn leven meegenomen. De één meer de ander minder is verder gegaan op de toen ingeslagen weg.

Mijn moeder is altijd doorgegaan. Mijn vader ging weer terug naar de Hollandse pot. Hoe smakelijker mijn moeder ging koken, hoe meer mijn vader echter weer mee ging eten met mijn moeder. Hij was op een gegeven moment zo enthousiast, dat hij op zijn werk vertelde dat hij nog nooit zo lekker gegeten had.

Dit jaar is mijn moeder 82 geworden. Ze is in haar leven bijna nooit ziek geweest en heeft bijna nooit doktershulp nodig gehad. Een aantal weken terug kreeg ze echter een lichte beroerte en hierna kreeg ze last van hartritmestoornissen. Na een bezoek aan de huisarts en het maken van een EEG in het ziekenhuis werd ze met medicijnen naar huis gestuurd. Enige weken later viel ze flauw op de gymclub waar ze nog wekelijks naar toe ging (ze was de oudste en meest soepele van de club). Ze werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht waar ze voor observatie werd opgenomen.

Ik kreeg het bericht nog dezelfde dag te horen en toen ik het aan Reimpje (mijn oudste dochter) vertelde was ze niet meer te houden. Ze had al eerder een weekend voor mijn moeder gekookt en wou onmiddellijk met eten naar haar oma toe. In het ziekenhuis troffen we mijn moeder uitgehongerd aan. Ze was dolblij met de door Reimpje meegebrachte sushi’s. Reimpje besloot meteen te blijven en drie maal per dag een warme maaltijd voor mijn moeder te gaan maken. Ze was zo enthousiast dat ze iedereen meesleepte in haar avontuur. In het begin was er wat weerstand, maar die smolt onder het vuur wat Reimpje uitstraalde. Opa vond het onwennig om 3x per dag warm te eten en Reimpjes kookstijl was anders dan hij gewend was. Onder het brommen van "Oude mensen kunnen niet meer veranderen" ging hij steeds smakelijker eten van haar maaltijden. Ook oma genoot ervan. Ze was zeer ingenomen met haar kleindochter en straalde een enorme rust uit toen ze merkte Reimpje niet alleen goed voor haar maar ook goed voor Opa zorgde.

Nu is mijn moeder weer thuis. Tianne, mijn vrouw kookt vandaag voor mijn moeder. Morgen gaat Reimpje weer aan de slag. Na een dagje bijkomen weet ze het weer: "Ik kan Oma nu niet aan haar lot overlaten, dat redt ze nooit. Ik weet nog niet hoe dat in de toekomst moet, maar voorlopig kan ze op mij rekenen".

Hans den Hoed